1. Inleiding

Met behulp van dit beleidsplan Veiligheid en Gezondheid wordt inzichtelijk gemaakt hoe we op onze locatie werken.
Op grond van de Wet Innovatie Kwaliteit Kinderopvang (IKK) en de uitwerkingen van de IKK in het besluit Kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen, is de plicht tot het bijhouden van lijsten vervangen door het op schrift stellen van een actueel beleidsplan. In dit beleidsplan wordt beschreven hoe de organisatie omgaat met kleine en grote risico’s. Welke maatregelen daarvoor getroffen zijn en hoe de kinderen wordt geleerd hoe ze om moeten gaan met kleine risico’s.
Samen met het pedagogisch beleidsplan, dat een onlosmakelijk deel vormt van het beleidsplan veiligheid en gezondheid, wordt een omgeving omschreven waarin kinderen zich veilig en gezond kunnen ontwikkelen. Beide plannen worden actueel gehouden zodat de plannen op elkaar blijven aansluiten en het te alle tijde recht doet aan de praktijk. Calamiteiten, grote wijzigingen aan gebouw en inrichting, dagelijkse situaties in de praktijk die de veiligheid en gezondheid van kinderen raken, wetenschappelijke inzichten en praktische overwegingen kunnen daartoe aanleiding geven. Het Beleidsplan Veiligheid en Gezondheid gaat per 1 januari 2018 definitief de (digitale) risico inventarisatielijsten vervangen.
Om tot een gedragen document te komen waarmee de pedagogisch medewerkers dagelijks kunnen werken zijn de conceptteksten steeds voorgelegd aan de pedagogisch medewerkers en werd de feedback die dit opleverde verwerkt. Ook is het beleidsplan voor advies voorgelegd aan de oudercommissies. Hierdoor is een gedegen beleidsplan ontstaan, met een breed draagvlak binnen de organisatie. Het plan draagt zo bij aan een gezond en veilig klimaat en biedt de nodige handvatten voor het kwaliteitsbeleid in zijn algemeenheid. De houder is eindverantwoordelijk voor het Beleidsplan Veiligheid en Gezondheid, maar het zijn de pedagogisch medewerkers die het plan uitdragen en uitvoeren in de dagelijkse praktijk. Daarom komen de verschillende thema’s telkens in delen terug in de groepsoverleggen en wordt er bij Dikke Maatjes gebruik gemaakt van een digitaal systeem waarbij constant door de PM’ers feedback kan worden gegeven. Op deze manier wordt het beleidsplan een praktische handleiding.

2. Wat is het Beleidsplan Veiligheid en gezondheid?

n het Beleidsplan veiligheid en gezondheid wordt uitgelegd wat de visie is van kinderopvang Dikke Maatjes ten aanzien van de veiligheid en de gezondheid van de kinderen en de medewerkers die zich dagelijks bevinden in de verschillende ruimtes van de opvanglocaties en wat verstaan wordt onder kleine en grote risico’s. Bij het beleidsplan hoort een Plan van aanpak waarin staat beschreven wat de aandacht behoeft.
Het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen heeft op grond van de Wet IKK bepaald in artikel 4 dat er een beleidsplan moet zijn dat in elk geval omschrijft:
* een concrete beschrijving van de wijze waarop de houder er zorg voor draagt, dat het veiligheids- en gezondheidsbeleid samen met de beroepskrachten een continue proces is van het vormen van beleid, implementeren, evalueren en actualiseren;
* een concrete beschrijving van de risico’s die de opvang van kinderen van het desbetreffende kindercentrum met zich meebrengt, waarbij in ieder geval wordt ingegaan op:
– de voornaamste risico’s met grote gevolgen voor de veiligheid van kinderen;
– de voornaamste risico’s met grote gevolgen voor de gezondheid van kinderen, en
– het risico op grensoverschrijdend gedrag door beroepskrachten, beroepskrachten in opleiding, stagiairs, vrijwilligers, overige aanwezige volwassenen en kinderen;
* een plan van aanpak waarin in concrete termen is aangegeven welke maatregelen binnen welke termijn zijn respectievelijk worden genomen teneinde de onder b genoemde risico’s in te perken en de handelswijze indien deze risico’s zich verwezenlijken;
* een beschrijving in algemene zin van de wijze waarop kinderen wordt geleerd om te gaan met risico’s waarvan de gevolgen voor de veiligheid en gezondheid van kinderen beperkt zijn en welke derhalve geen risico’s vormen als bedoeld onder b;
* een concrete beschrijving van de wijze waarop de houder er zorg voor draagt dat het actuele veiligheids- en gezondheidsbeleid en de evaluaties daarvan inzichtelijk zijn voor de beroepskrachten, beroepskrachten in opleiding, stagiairs, vrijwilligers en ouders, en
* indien van toepassing, een concrete beschrijving van de wijze waarop de achterwacht is geregeld indien er op grond van artikel 7, vijfde en zesde lid, slechts een beroepskracht op het kindercentrum aanwezig is. In het kader van de in het plan van aanpak, bedoeld in het derde lid, onder c, te beschrijven maatregelen die gericht zijn op het inperken van het risico op grensoverschrijdend gedrag, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, onder 3°, beschrijft de houder in ieder geval de wijze waarop hij de dagopvang zodanig organiseert dat een beroepskracht, beroepskracht in opleiding of stagiair de werkzaamheden uitsluitend kan verrichten terwijl hij gezien of gehoord kan worden door een andere volwassene. De houder draagt er zorg voor dat er gedurende de dagopvang te allen tijde ten minste één volwassene aanwezig is die gekwalificeerd is voor het verlenen van eerste hulp aan kinderen. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld aan deze kwalificatie.

Het beleidsplan is op papier gezet voor onder andere de ouders, subsidiegever, GGD GOHR, medewerkers, stagiaires en invallers en verder voor een ieder die het interessant vindt om te lezen.

3. Waarom een Beleidsplan Veiligheid en Gezondheid?

Kinderopvang Dikke Maatjes biedt opvang aan kinderen van 0 tot 12 jaar. Deze opvang gebeurt in vaste stamgroepen, waarbij de kinderen van 07.30 tot 18.30 uur begeleid worden door gekwalificeerde medewerkers.

3.1 Veilige en gezonde kinderopvang

Wij vangen kinderen op in een veilige en gezonde kinderopvang. Dit doen we door:

  1. kinderen af te schermen van grote risico’s
  2. kinderen te leren omgaan met kleinere risico’s
  3. kinderen uit te dagen en te prikkelen in hun ontwikkeling
  4. visie op veiligheid en gezondheid

Kinderopvang Dikke Maatjes heeft veiligheid en gezondheid van de kinderen hoog in het vaandel. De Wet kinderopvang, normen van de HKZ, richtlijnen van brandweer en gemeente en de GGD geven hier een duidelijk kader voor aan. We willen kinderen optimale ontwikkelingskansen bieden waarbij uitdaging in de directe omgeving van kinderen een voorwaarde is. Met ontdekken en uitproberen ontwikkelen kinderen zich. Het bieden van uitdaging enerzijds en het creëren van veiligheid anderzijds kunnen met elkaar in conflict komen. Het is zoeken naar een balans tussen ontwikkelingskansen enerzijds en veiligheid anderzijds. Zonder oefening (en dus ook vallen) leer je niet fietsen. Zonder mes leer je niet je boterham smeren en zonder schaar leer je niet knippen. Onder deskundige begeleiding zorgen we ervoor dat deze risico’s beperkt en aanvaardbaar zijn. Er zijn bijvoorbeeld duidelijke afspraken gemaakt over spelen in de hal. We hebben uitsluitend beveiligde stopcontacten. Jaarlijks doen wij een ontruimingsoefening. Kinderopvang Dikke Maatjes is zich ervan bewust dat de opvang op de groep niet te vergelijken is met de situatie thuis. Vandaar dat wij maatregelen genomen hebben die de directe omgeving van het kind bij ons zo veilig mogelijk maken.

3.2 Doel

In het pedagogisch beleidsplan wordt uiteengezet hoe de kinderen bij Kinderopvang Dikke Maatjes worden begeleid in hun ontwikkeling. Hoe we met de kinderen omgaan en hoe we proberen de ouders daarbij te betrekken. Het uitdagen van kinderen en het leren omgaan met allerhande situaties hoort daarbij. Een veilige omgeving in de breedste zin is daarvoor een belangrijke voorwaarde. Kinderen en ouders moeten zich ten eerste veilig voelen. Dat begint met het creëren van een open en prettige sfeer. Ten tweede moet de omgeving waarin kinderen zich bevinden, de binnen- en buitenruimte veilig zijn. Ten derde moet iedereen die met de kinderen in contact is mee worden genomen in het gesprek over wat veiligheid betekent voor een kind en hoe iedereen zijn steentje daarin bij kan dragen.
Een veilig en gezond klimaat wordt niet gewaarborgd door het op papier te zetten van mogelijke risico’s en de richtlijnen om de grote risico’s te voorkomen of kleine risico’s te beperken. In dit beleidsplan is daarom ook aandacht voor hoe de pedagogisch medewerkers zich bewust zijn en blijven van mogelijke grote en kleine risico’s. Dat gebeurt met name door telkens weer het gesprek erover aan te gaan. Met elkaar maar ook met andere betrokkenen. De PM’ers bespreken dit o.a. tijdens het groepsoverleg. Dit alles met als doel een veilige en gezonde omgeving te creëren, waar kinderen op een onbezorgde wijze kunnen spelen en zich optimaal kunnen ontwikkelen en leren.

3.3 Protocollen

Bij Kinderopvang Dikke Maatjes wordt al vele jaren aandacht besteed aan grote en kleine risico’s. Elk jaar zijn daarvoor verschillende risico-inventarisaties uitgevoerd. Het beleid is vastgelegd in het Kwaliteitshandboek dat vele protocollen en richtlijnen bevat. Een aantal van deze protocollen die rechtstreeks of een afgeleide zijn van het veiligheids- en gezondheidsbeleid zijn als link in het beleidsplan veiligheid en gezondheid opgenomen.

4. Grote risico’s

In dit hoofdstuk beschrijven we de belangrijkste grote risico’s die op onze locatie kunnen leiden tot ernstige ongevallen, incidenten of gezondheidsproblemen. We hebben de risico’s onderverdeeld in drie categorieën;

  • fysieke veiligheid
  • sociale veiligheid
  • gezondheid.

Per categorie hebben we een aantal risico’s benoemd met de daarbij behorende maatregelen die zijn of worden genomen om het risico tot het minimum te beperken. Hoewel we proberen zo veel mogelijk risico’s te benoemen zullen er altijd nieuwe omstandigheden zijn die weer nieuwe grote risico’s kunnen meebrengen. Hier zullen pedagogisch medewerkers altijd scherp op zijn en bij constatering ervan initiatief nemen tot het benoemen van aangepaste en nieuwe beleidsmaatregelen. Gedetailleerde uitwerking is terug te vinden in de verschillende inventarisatie’s welke als link zijn toegevoegd.

4.1 Risico’s met grote gevolgen voor de fysieke veiligheid

Gebaseerd op de volgende inventarisaties:
Speelmateriaal
Spelen op hoogte
Spelen met snelheid
Spelen met gevaarlijke voorwerpen
Spelen op risicovolle plekken
Spelen uit zicht
Trek en duwspelen (stoeien)
Uitstapjes

Vallen van grote hoogte:

Kinderen klimmen graag. Klimmen is een belangrijke vaardigheid die ze in stapjes onder de knie krijgen. Klimmen neemt ook risico met zich mee. Niet elk kind is al even handig. Een pedagogisch medewerker dient het kind daarom goed te volgen. Wat kan het al aan en wat niet. In de binnenruimte en buitenruimte zijn alleen speelmaterialen die geschikt zijn voor peuters. Klimmen leren de kinderen met behulp van peuterglijbanen, speeltoestellen en klimkussens. Ander los materiaal, zoals fietsjes en stepjes, worden weggehouden van de toestellen zodat kinderen er niet op kunnen vallen of erover kunnen struikelen. Op hekken, kasten en dergelijke die niet bedoeld zijn om te klimmen, wordt met de peuters afgesproken dat ze daar niet op klimmen.

Verstikking:

Kinderen steken dingen in hun mond. Om verstikking te voorkomen wordt erop toegezien dat er geen kleine materialen zijn die niet geschikt zijn voor peuters. Kapot speelgoed wordt vervangen of gerepareerd. Speelgoed dat alleen geschikt is voor oudere kinderen wordt in een afgesloten kast bewaard. Kinderen wordt geleerd dat ze geen materiaal in hun mond moeten stoppen. Er worden op de speelzaal alleen spenen gebruikt van de kinderen zelf en alleen in uitzonderingsgevallen. Als deze aan vervanging toe zijn wordt dat aan de ouders gemeld. Verstikking kan ook veroorzaakt worden door touwtjes en kettinkjes aan kleding, spelmateriaal of inventaris. Touwtjes en kettinkjes zijn daarom niet toegestaan die langer zijn dan 22 centimeter. Plasticzakken worden hoog en in een afgesloten kast of ruimte bewaard. Elke ochend eten de kinderen schoongemaakt fruit. Het fruit wordt in kleine stukjes gesneden. De kinderen wordt geleerd dat ze zitten tijdens het eten en goed moeten kauwen. Kinderen die het nog lastig vinden om stukjes te eten of te kauwen, krijgen aangepast fruit. Ronde fruit soorten (tomaatjes en druiven en dergelijke) worden doorgesneden.

Vergiftiging:

Giftige materialen vormen een groot risico voor kinderen. Schoonmaakmiddelen, planten en giftig speelmateriaal mag daarom niet in handen komen van kinderen. Schoonmaakmiddelen worden hoog en in afgesloten kasten bewaard. Giftige planten worden verwijderd. Waarbij de pedagogisch medewerkers erop toezien dat kinderen überhaupt geen planten of bloemen in hun mond stoppen. Er wordt alleen (plastic) speelmateriaal gebruikt dat aangeschaft is bij een erkende leverancier. Er worden geen bestrijdingsmiddelen op de locatie gebruikt of bewaard.

Verbranding:

Hete vloeistoffen kunnen een groot gevaar opleveren voor peuters. De pedagogisch medewerkers zien erop toe dat peuters niet bij de hete kraan kunnen. Voor peuters zijn er aparte wasbakjes die alleen een koudwaterkraan hebben. Op de beschikbare hete kranen is een beveiliging aangebracht. Verbranding kan ook worden veroorzaakt door hete thee of koffie. Deze dranken worden niet op de groep gedronken.
Als het warm weer is kan ook de zon voor verbranding zorgen. Aan ouders wordt gevraagd de kinderen ‘s morgens al in te smeren. Kinderen worden als dat nodig is later nog een keer ingesmeerd, en zo nodig wordt het buitenspelen in de hete zon beperkt. Boven de zandbak zijn op de meeste locaties zonneschermen en/of parasols geplaatst.

4.2 Risico’s met grote gevolgen voor de sociale veiligheid

Gebaseerd op de volgende inventarisatie’s:

Veiligheid & Ontwikkeling
Kindermishandeling en ongewenst gedrag
Halen / Brengen

Voor elk kind, maar ook voor collega’s is grensoverschrijdend gedrag door medewerkers of andere volwassene ontoelaatbaar. Kinderopvang Dikke Maatjes heeft daarom een protocol “Grensoverschrijdend gedrag”. Hierin staat benoemd hoe te handelen in geval van ongewenste omgangsvormen c.q. seksuele intimidatie door een medewerker.
Alle protocollen zijn voor alle medewerkers direct beschikbaar op de werklocatie.
Kinderopvang Dikke Maatjes is er alles aan gelegen om grensoverschrijdend gedrag te voorkomen. Er heerst een open-aanspreek-cultuur. Grensoverschrijdend gedrag wordt regelmatig besproken tijdens het teamoverleg. De leidinggevende en de houder bewaken de genoemde protocollen.
Voor kinderen is het nog niet gemakkelijk om hun grenzen aan te geven. Toch proberen de pedagogisch medewerkers de kinderen dat wel aan te leren. Door ze te leren dat ze stop mogen en moeten zeggen tegen een ander kind of volwassene, als zij zich niet prettig voelen bij bepaald gedrag van de ander.

Vier ogen principe en drie-uurs regeling

Er wordt te allen tijden voldaan aan het ‘vier ogen principe’ op de locaties van Kinderopvang Dikke Maatjes. Dit betekent dat een pedagogisch medewerker, vrijwilliger, stagiaire of andere volwassene zich nooit met één kind, of meerdere kinderen, kan afzonderen. De locatie is zo ingericht dat een volwassene (of ouder kind) geen werkzaamheden kan verrichten terwijl hij of zij niet gehoord of gezien kan worden door een andere volwassene. Waar nodig zijn ramen aangebracht in ruimten, camera’s geplaatst en ruimten waar kinderen zich kunnen bevinden kunnen niet van binnenuit op slot worden gedraaid.

VOG verplicht

Bij Kinderopvang Dikke Maatjes is een VOG verplicht voor alle volwassenen, anders dan ouders, die zich ophouden binnen de kinderopvang. Elke medewerker of stagiaire is in het bezit van een geldige VOG en is aangemeld in het persoonsregister kinderopvang. Allen zijn gekoppeld aan Dikke Maatjes.

Risico’s met grote gevolgen door grensoverschrijdend gedrag van andere kinderen

Kinderen ontdekken al vroeg het verschil tussen jongens en meisjes. Soms vinden ze het verschil tussen jongens en meisjes ook erg interessant. Ook begint op de peuterleeftijd al een klein beetje de ontwikkeling van de seksualiteit. Medewerkers houden echter goed in de gaten of een kind zich op een gezonde manier op dit vlak ontwikkeld.
De ontwikkeling van een kind mag een ander kind niet beschadigen. Als er vragen zijn bij de pedagogisch medewerkers over het gedrag van peuters dat mogelijk grensoverschrijdend is, wordt dat direct besproken met ouders.
Bij dit gesprek wordt altijd de leidinggevende betrokken.

Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling

Grote risico’s kunnen ook ontstaan als er een onveilige situatie lijkt te bestaan in de thuissituatie of in een andere directe omgeving van het kind. Binnen onze organisatie is de leidinggevende aangesteld, die wordt ingeschakeld bij vermoedens van kindermishandeling. Bij vermoedens van kindermishandeling zal de leidinggevende starten met het stappenplan van het protocol Vermoeden Kindermishandeling, dit is wettelijk verplicht vanaf 1 juli 2013. Dat betekent dat er in het uiterste geval in overleg met de ouders een melding wordt gedaan bij Veilig thuis.

Vermissing

Wanneer een kind vermist wordt bij Kinderopvang Dikke Maatjes is dat een heel ernstig feit. Het kan zijn dat een kind is weggelopen of bijvoorbeeld door een persoon is opgehaald die daar geen toestemming voor had. Er ontstaat al snel grote onrust wat weer kan leiden tot blinde paniek.
Om ervoor te zorgen dat er snel en doelgericht wordt gehandeld is het protocol Vermissing opgesteld. Stapsgewijs worden maatregelen doorgelopen die moeten leiden tot het zo snel mogelijk terugvinden van het kind.
Om vermissingen te voorkomen zijn buitendeuren en hekken altijd op slot. De tussendeuren zijn voorzien van een kinderbeveiliging. Ouders die hun kind door een ander laten ophalen moeten dit persoonlijk aan de pedagogisch medewerkers laten weten. Broertjes of zusjes mogen de kinderen niet zelfstandig meenemen.

4.3 Risico’s met grote gevolgen voor de gezondheid

Gebaseerd op de volgende inventarisatie’s

Veilig gebouw
Inrichting binnenruimten
Gezond binnenmilieu
Inrichting buitenruimten

De risico’s die grote gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid worden onder andere veroorzaakt door ziektekiemen, het binnen en het buitenmilieu.

Ziektebeleid

Bij Kinderopvang Dikke Maatjes wordt een ziektebeleid gehanteerd dat gebaseerd is op het advies van de GGD. Er zijn een aantal ziekten waarbij kinderen bij de opvang worden geweerd. Niet alleen het weren van het kindercentrum is echter voldoende om ziektekiemen tegen te gaan. Ook reinigen en/of schoonhouden van de ruimtes is daar onderdeel van. De uitwerking van het ziektebeleid is hier terug te vinden.

Binnenmilieu

Bij risico’s die gevormd kunnen worden door een ongezond binnenklimaat moet men denken aan bedompte en of vochtige ruimten, te laag of te hoog afgestelde verwarming, beperkte ventilatiemogelijkheden waardoor een hoog CO2 gehalte ontstaat. Planten en vluchtige stoffen die mogelijk tot gezondheidsproblemen kunnen leiden. Ook geluidsoverlast kan schade opleveren voor kinderen en pedagogisch medewerkers. De maatregelen die worden getroffen om een ongezond binnenklimaat te voorkomen zijn terug te vinden in het Thema Gezond binnenmilieu

Buitenmilieu

Buitenspelen is voor peuters heel erg belangrijk. Niet alleen de motoriek wordt erdoor ontwikkeld, ook de sociale vaardigheden krijgen bij het buitenspelen belangrijke aandacht. Ook bij het buitenspelen is de gezondheid een belangrijk aandachtspunt.
Kinderen leren vooral door zelf te ontdekken in de buitenruimte. Een zandbak is daar vrijwel altijd onderdeel van. Maar dat brengt wel risico’s met zich mee. Kinderen kunnen in aanraking komen met vervuild zand. Planten kunnen giftig zijn. Ook te veel uitlaatgassen en lawaai kunnen een risico met zich meebrengen. Waar mogelijk worden de zandbakken voorzien van netten. Kinderen worden geleerd hun handen te wassen als ze met vervuild (zandbak) zand in aanraking zijn geweest.
Bij extreme weersomstandigheden zoals bij winter- of zomerweer wordt de buitenspeelduur beperkt. De kleding wordt daarop afgestemd. Ouders worden er op gewezen om bij kou te zorgen voor een warme jas, muts en goede handschoenen. zie ook protocollen handen wassen en Zonbescherming.

Allergieën

Kinderen die allergisch zijn kunnen van bepaalde stoffen heel ziek worden of zelfs overlijden. Bij de intake wordt er naar mogelijke bekende allergieën gevraagd bij de ouders. Elke locatie heeft per groep een lijst hangen op een zichtbare plaats, waarop wordt bijgehouden welk kind waarvoor allergisch is, hoe de allergische reactie zich openbaart en wat de actie is die daarop moet worden ondernomen en wie de huisarts is.

5 Kleine risico’s

Uiteraard moeten grote risico’s worden voorkomen. Maar het is daarnaast net zo belangrijk dat kinderen met kleine risico’s leren omgaan. Dit hoofdstuk gaat vooral over de kleine beperkte risico’s. Er kan bijvoorbeeld met kinderen afspraken worden gemaakt over het opruimen van spullen, met welke materialen er aan tafel gewerkt wordt.
Ook over gezondheidsrisico’s kunnen afspraken gemaakt worden met peuters. Handen wassen na het plassen en niesen en hoesten in je mouw.

5.1 Om leren gaan met risico’s

Kinderen ontwikkelen zich op tal van gebieden en doen dat meestal zonder nadenken spelenderwijs. Om kinderen ontwikkelingskansen te kunnen bieden moet het kindercentrum wel veilig en gezond zijn. Het ontwikkelingsmateriaal en het meubilair moet schoon en deugdelijk zijn.
Maar met maatregelen die leiden tot over bescherming worden kinderen niet geholpen. Uit internationaal wetenschappelijk onderzoek is komen vast te staan dat leren omgaan met risico’s goed is voor de ontwikkeling van kinderen.
Door ervaringen op te doen met situaties die risico’s met zich meebrengen, bijvoorbeeld bij het buitenspelen of knippen, ontwikkelen kinderen risicocompetenties: ze leren risico’s inschatten en ontwikkelen cognitieve vaardigheden om de juiste inschatting te maken wanneer zich een nieuwe situatie met risico’s voordoet.
Het maken van afspraken met de kinderen, zonder dat het spel wordt overgenomen, is een belangrijk onderdeel.
Risico’s nemen bij het spelen zorgt ook voor een competentiebeleving: “kijk eens wat ik kan”. Hierdoor leren kinderen uitdagingen aangaan en ervan genieten als ze ervan hebben geleerd, in plaats van ze louter te vermijden.
Hierdoor wordt het doorzettingsvermogen groter, wat weer leidt tot onafhankelijkheid en groter zelfvertrouwen. De kinderen worden daarnaast emotioneel stabieler, staan sterker in hun schoenen en zijn beter in het oplossen van conflicten.
De grove motoriek is een aspect dat vaak voorkomt bij risicovol spel. De vaardigheden zoals slingeren, klimmen, rollen, hangen en glijden zijn niet alleen maar heel leuk maar zijn ook aspecten die van essentieel belang zijn voor het ontwikkelen van balans, coördinatie en lichaamsbewustzijn. Kinderen die achter lopen in hun (grove) motoriek voelen zich vaker onhandig en ongemakkelijk en lopen de kans op bewegingsangst.
Elke locatie bij Kinderopvang Dikke Maatjes heeft een ruime binnen- en buitenruimte waarin kinderen met behulp van speelmateriaal de kans krijgen zich fijn en grof motorisch te ontwikkelen.
Pedagogisch medewerkers geven de kinderen de kans zich daarin te ontwikkelen door te begeleiden, sturen, steunen en motiveren.

5.2 Inrichting binnenruimte

De inrichting van de binnenruimte is dusdanig dat kinderen er alle ruimte hebben om te spelen. Er zijn hoeken waarin en tafels waaraan gespeeld wordt. Met de kinderen worden afspraken gemaakt over het opruimen van speelgoed. Alles heeft een vaste plaats in kasten of bakken. Kinderen hebben heel veel fantasie en ze gebruiken speelgoed ook vaak voor spel dat daar eigenlijk niet voor bedoeld is. Een rijtje stoelen wordt een bus, puzzelstukjes kunnen lekkere koekjes zijn en met plastic bananen kun je ‘branden blussen’. Dat hoeft helemaal geen probleem te zijn. Maar de afspraak met de kinderen is dat er niet met speelgoed wordt gegooid, rennen doen ze buiten en knutselen wordt aan tafel gedaan. Zie inrichting binnenruimte.

5.3 Inrichting buitenruimte

De buitenruimte van het kindercentrum grenst aan de binnenruimte. De buitenruimten zijn ruim opgezet. Stoepjes en andere ongelijkheden worden beperkt en waar nodig zijn ze voorzien van een andere kleur. Spel met rijdend materiaal wordt gescheiden gehouden van klim, glij en klauterspel zodat kinderen vanaf de toestellen niet op de fietsjes of stepjes kunnen vallen. Met de peuters worden daar afspraken over gemaakt. Er zijn geen schommels op de locaties aanwezig. Ook buiten worden met de peuters afspraken gemaakt. Kijk voor je als je op de loopauto of fiets zit en fiets niet tegen elkaar aan. Het klimmen op hekken is niet toegestaan. Zie inrichting buitenruimte. .

5.4 Materialen

De materialen die worden aangeschaft worden aangeschaft bij erkende leveranciers. Materiaal dat kapot is wordt weggehaald. Als het mogelijk is wordt het materiaal gerepareerd en anders wordt het vervangen of in elk geval weggegooid. Er wordt alleen materiaal aangeschaft wat geschikt is voor de leeftijd van de kinderen. Materiaal wat alleen geschikt is voor oudere peuters wordt apart gehouden van jongere peuters.
Materialen worden volgens een schema schoongehouden. Zie veilig materiaal.

5.5 Gezondheidsrisico’s

Kinderen kunnen ook zelf bijdragen aan het beperken van gezondheidsrisico’s. Daarom worden er afspraken gemaakt over handen wassen na het toiletbezoek. Handen wassen na het spelen in het zand. De neus wordt gepoetst met papieren zakdoeken die na gebruik in de afvalemmer worden gestopt. Ook mogen kinderen niet spelen met de afvalemmer.

6. Risico-inventarisaties

Zoals eerder aangegeven is het benoemen van de verschillende risico’s en het opschrijven van maatregelen niet voldoende om de veiligheid van peuters en de medewerkers ook daadwerkelijk te garanderen. Het kan zelfs contraproductief werken omdat daarmee het gesprek erover verstomd. Juist door telkens weer met elkaar te discussiëren over de risico’s wordt het gesprek erover levendig gehouden. Risico’s moeten worden onderkent en bagetalliseren mag nooit aan de orde zijn.
Tot in 2018 maakte Dikke Maatjes gebruik van de Risico Monitor. Elk jaar werden voor de verschillende locaties diverse risico-inventarisaties uitgevoerd met behulp van de digitale lijsten gebaseerd op de Risico Monitor.
Waar nodig werden protocollen besproken en aangepast. Dit alles zodat er ook daadwerkelijk naar werd gehandeld zodat risico’s tot een minimum konden worden beperkt.
Per 1 januari 2018 gaat er een andere werkwijze gelden die gebaseerd is op de IKK. Er worden geen lijsten meer ingevuld. Er wordt een beschrijvende vorm verwacht. Vanaf 1 januari 2018 gaan de pedagogisch medewerkers gebruik maken van de Lijst en antwoorden gebaseerd op de QuickScan in de nieuwe Risico Monitor, aan de hand van verschillende thema’s. Met behulp van de lijsten en de opmerkingen daarop kunnen eventueel nieuwe punten worden geformuleerd voor een Plan van aanpak.

7. Kinder EHBO

Alle medewerkers hebben een geldig en geregistreerd certificaat voor BHV en kinder-EHBO. Op deze manier zorgen wij ervoor dat ten alle tijden medewerkers aanwezig zijn met een geldig en geregistreerd certificaat.
Op onze locaties doen we er alles aan om te voorkomen dat een kind letsel oploopt als gevolg van een ongeluk(je). Toch is dit helaas niet geheel te voorkomen.
Daarnaast kunnen zich andere calamiteiten voordoen, waardoor EHBO noodzakelijk is.

Omdat alle medewerkers in het bezit zijn van een geldig EHBO/BHV certificaat zijn er ten alle tijden voldoende medewerkers met een geldig en geregistreerd certificaat voor kinder-EHBO

8.Vier ogen Principe en Achterwacht

Het ‘vier ogen’ principe.

Uit oogpunt van veiligheid is een situatie waarin kinderen alleen kunnen zijn met één volwassene niet wenselijk en niet volgens onze kwaliteitseisen.
Als in een uitzonderlijke situatie er maar één medewerker aanwezig kan zijn en geen andere volwassene op de locatie is, hanteren we een zogenaamde achterwachtregeling.
(Dit geldt voor onze locaties aan de Kerkweg en de Molukkenstraat)

Deze regeling houdt in dat:

• De pedagogisch medewerker/kindratio niet wordt overschreden.
• In geval van calamiteiten er een actieve achterwacht beschikbaar dient te zijn die binnen ambulance aanrijtijden (15 minuten) in het kinderdagverblijf aanwezig moet zijn.
• De ‘grote’ locatie die achterwacht beschikbaar stelt, gedurende de achterwachttijd met minimaal 3 volwassenen in het gebouw aanwezig moet zijn (zodat de achterwacht bij calamiteiten zonder problemen naar andere locatie kan).

De (actieve) achterwacht:

• Belt gedurende de achterwachttijd geregeld naar de kleine locatie en informeert naar eventuele bijzonderheden of bekijkt regelmatig de camerabeelden.
Indien de telefoon niet beantwoord wordt en camerabeelden geen uitsluitsel kunnen geven over de situatie gaat de achterwacht onmiddellijk naar de ‘kleine’ locatie. (Kerkweg, Molukkenstraat)
• Neemt direct contact met de ‘kleine’ locatie indien deze zich niet heeft gemeld bij aanvang werktijd. Bij geen gehoor gaat de achterwacht onmiddellijk naar de kleine locatie.
• Kan bij afronden van de dag niet naar huis voordat de ‘kleine’ locatie zich afgemeld heeft.
• Is tijdens de openingstijden van het kinderdagverblijf bereikbaar.

Op alle kleine locaties van Dikke Maatjes hangen camera’s (locatie Molukkenstraat en locatie Kerkweg, locatie president Steijnstraat).
Dmv deze camera’s wordt er vanuit kantoor gekeken of alles goed gaat op het kinderdagverblijf.
Dit is vooral belangrijk als er op de kleine locaties met één leidster wordt gewerkt, waneer het het leidster-kind ratio toelaat.

naar bovenstaande wordt verwezen in het pedagogisch beleidsplan

9. Beleidscyclus

Om het Beleidsplan veiligheid en gezondheid op een effectieve wijze blijvend te kunnen implementeren zijn er telkens verschillende fasen die doorlopen moeten worden. De verschillende fasen duren samen ongeveer een jaar. Dat is niet anders dan bij het gebruik van de digitale lijsten van de Risico Monitor die tot in 2017 werden gebruikt. Wat wel anders is, is het gebruik daarbij van de QuickScan per 2018.
De eerste fase is het bepalen van de onderwerpen per locatie waarop de QuickScan door de pedagogisch medewerkers van de desbetreffende locatie in overleg met de leidinggevende wordt uitgevoerd. En het daarnaast bepalen van de periode waarin aan het gekozen onderwerp wordt gewerkt. Van de bevindingen wordt na de onderzoeksfase verslag gedaan tijdens de teamvergaderingen zodat alle pedagogisch medewerkers op de hoogte blijven van de verschillende onderwerpen.
Op basis van de bevindingen van de uitkomsten van de verschillende QuickScans per locatie wordt een verbeterplan opgesteld. De pedagogisch medewerkers bespreken met de leidinggevende de voortgang van de benodigde acties en wie welke actie gaat ondernemen.
De te nemen acties moet men breed zien. Er kunnen suggesties worden gedaan voor wijzigingen in het gevoerde beleid. Men signaleert benodigde aanpassingen of aanscherping van het gedrag van pedagogisch medewerkers ten aanzien van de uitvoering van het veiligheids- en gezondheidsbeleid. Er zouden aanpassingen gedaan kunnen worden aan materiaal of gebouw. Of er kunnen aanpassingen worden geformuleerd voor de protocollen en of het Beleidsplan veiligheid en gezondheid. De te nemen acties worden opgenomen in een Plan van aanpak.
In het Plan van aanpak worden niet alleen acties geformuleerd. Er wordt ook een datum bij vermeld waarop de actie moet zijn afgerond.
Het Beleidsplan veiligheid en gezondheid wordt elk jaar in het vierde kwartaal geactualiseerd. De leidinggevende is daarvoor verantwoordelijk. Het geactualiseerde beleidsplan wordt voor advies aan de oudercommissies voorgelegd voordat het wordt vastgesteld.

10. Communicatie en afstemming Beleidsplan Veiligheid en gezondheid

Elk jaar wordt het Beleidsplan veiligheid en gezondheid herzien en waar nodig bijgesteld. De benodigde informatie daarvoor komt direct van de werkvloer. Daarom is het belangrijk dat pedagogisch medewerkers en andere directbetrokkenen, zich betrokken voelen bij het beleidsplan. De actieve rol van de pedagogisch medewerkers is hiervoor onmisbaar.
Net zo belangrijk is het direct meenemen van nieuwe medewerkers en stagiaires in het veiligheids- en gezondheidsbeleid. Tijdens het teamoverleg van de pedagogisch medewerkers is het bespreken van mogelijke veiligheids- en gezondheidsrisico’s een vast agendapunt. Zo wordt het mogelijk zaken snel bespreekbaar te maken en bij te sturen. Feedback is daar een belangrijk middel in.

Oudercommissieleden hebben periodiek overleg over tal van onderwerpen. Ook het pedagogisch beleid en het veiligheid- en gezondheidsbeleid komt ter sprake. Acties die op grond van het Plan van aanpak worden ondernomen worden met de oudercommissie van de desbetreffende locatie besproken.
Als het beleidsplan inhoudelijk is gewijzigd wordt de oudercommissie om advies gevraagd ten aanzien van het beleidsplan. Op die manier hopen we dat de onderwerpen veiligheid, gezondheid en risico’s ook bij ouders een belangrijk thema wordt in de opvoeding. Na de herziening wordt het plan op de website gepubliceerd.

11. Klachtenreglement Kinderopvang Dikke Maatjes

Ondanks dat alles goed gaat, kan het altijd gebeuren dat ouders of medewerkers een klacht hebben over de wijze waarop aan veiligheid en gezondheid wordt gewerkt. Wij hanteren een open, eerlijk en vertrouwde manier van samenwerken. Wij staan open voor een kritische noot, maar ook feedback is voor ons erg belangrijk.
Kinderopvang Dikke Maatjes heeft in het kader van de Wet kinderopvang een interne klachtenregeling opgesteld. Deze regeling beschrijft de werkwijze bij het behandelen en registreren van klachten van ouders. Bij voorkeur maken ouders/verzorgers een klacht eerst bespreekbaar bij de direct betrokkene/pedagogisch medewerkster. Leidt dit niet tot een bevredigende oplossing, dan kan een formele klacht ingediend worden. Afhankelijk van de klacht kan deze worden ingediend bij de leidinggevende. Zij is te bereiken per email en/of telefoon. Een formele klacht wordt schriftelijk ingediend.
Voortraject klacht
Als een ouder een klacht heeft, gaan wij ervan uit dat deze zo spoedig mogelijk met de betrokkene besproken wordt. Het aanspreekpunt is daarmee in beginsel de medewerker op de groep. Mocht dit niet leiden tot een oplossing, dan kan de klacht worden besproken met de leidinggevende (Sharon Sopaheluwakan). Leidt dit niet tot een bevredigende oplossing, dan kan een officiële klacht ingediend worden.
Indienen klacht
Een klacht dient schriftelijk te worden ingediend. De klacht dient binnen een redelijke termijn na ontstaan van de klacht ingediend te zijn, waarbij 6 weken als redelijk wordt gezien. De klacht wordt voorzien van dagtekening, naam en adres van de klager, eventueel de naam van de medewerker op wie de klacht betrekking heeft, de locatie en de groep plus een omschrijving van de klacht.
Mocht de klacht een vermoeden van kindermishandeling betreffen, dan treedt de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling in werking. Deze klachtenprocedure wordt daarmee afgesloten.
Behandeling klacht
• De leidinggevende draagt zorg voor de inhoudelijke behandeling en registratie van de klacht.
• De leidinggevende bevestigt schriftelijk de ontvangst van de klacht aan de ouder.
• De leidinggevende houdt de klager op de hoogte van de voortgang van de behandeling van de klacht.
• Afhankelijk van de aard en inhoud van de klacht wordt een onderzoek ingesteld.
Indien de klacht gedragingen van een medewerker betreft, wordt deze medewerker in de gelegenheid gesteld mondeling of schriftelijk te reageren. • De leidinggevende bewaakt de procedure en termijn van afhandeling. De klacht wordt zo spoedig mogelijk afgehandeld, tenzij er omstandigheden zijn die dit belemmeren. In dat geval brengt de leidinggevende de klager hiervan zo spoedig mogelijk op de hoogte.
• De klacht wordt in ieder geval binnen een termijn van 6 weken afgehandeld. De klager ontvangt een schriftelijk en gemotiveerd oordeel over de klacht, inclusief concrete termijnen waarbinnen eventuele maatregelen zullen zijn gerealiseerd.
Externe klachtafhandeling
Reageert Kinderopvang Dikke Maatjes niet binnen 6 weken op de klacht of vindt de ouder dat de klacht niet serieus wordt genomen, dan heeft de ouder de mogelijkheid zich te wenden tot het klachtenloket Kinderopvang. Indien interne klachtafhandeling niet leidt tot een bevredigende oplossing of uitkomst dan heeft de ouder de mogelijkheid om zich te wenden tot de Geschillencommissie Kinderopvang. De ouder kan zich rechtstreeks wenden tot de Geschillencommissie indien van de ouder redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat hij onder de gegeven omstandigheden een klacht bij de houder indient. Ook als de klacht niet binnen 6 weken tot afhandeling heeft geleid, kan de klacht worden voorgelegd aan de Geschillencommissie. De klacht dient binnen 12 maanden, na het ontstaan van de klacht bij Kinderopvang Dikke Maatjess, ingediend te worden bij de Geschillencommissie.

12. Conclusie

Kinderen leren door spelen. Ze proberen uit, herhalen, kijken en imiteren. Zo leren ze op de gebieden van taal, sociaal emotioneel, motoriek, creativiteit en cognitief vlak. Bij het spelen lopen kinderen kleine en grote risico’s. De kleine risico’s helpen kinderen zich te ontwikkelen zolang ze daar op een goede manier in worden begeleid. De grote risico’s moeten ten allen tijde zo goed als mogelijk voorkomen worden.
Dit Beleidsplan veiligheid en gezondheid geeft een beeld van wat Kinderopvang Dikke Maatjes verstaat onder grote en kleine risico’s en hoe daar mee wordt omgegaan. Daarvoor zijn een veilig en gezond gebouw en omgeving noodzakelijk, waarbij onder andere specifieke aandacht is voor de inrichting. Maar ook de directe omgang met de kinderen speelt een grote rol.
Kinderen worden niet alleen begeleid bij hun ontwikkeling, ze worden per definitie ook verzorgd. Dat laat zich terugzien in het handelen rondom gezond eten en drinken, bij verschonen en begeleiden van toiletbezoek, voorkomen van de overdracht van ziektekiemen en het in uitzonderlijke gevallen benodigde medisch handelen. Maar ook in het beleid rondom sociale veiligheid en ongewenst en/of grensoverschrijdend gedrag is terug te lezen hoe hiervoor wordt zorggedragen.
Kinderen moeten de kans hebben optimaal maar veilig de wereld om hen heen te verkennen en te ontdekken. Daarvoor moeten ze veilig kunnen spelen met speelmateriaal, veilig kunnen rennen, fietsen, klimmen, klauteren en glijden.
De definitie van wat veilig en gezond is, kan de laatste tijd op veel wetenschappelijk onderzoek rekenen. Ook de maatschappij verandert telkens mee in ‘wat aanvaardbare risico’s zijn’. Wat geldt voor het pedagogisch beleid geldt daarom ook voor het beleid ten aanzien van veiligheid en gezondheid: het opvoeden in onze democratisch samenleving is geen statisch geheel. Voor de opvang van kinderen betekent dit dat men zich voortdurend moet aanpassen aan de laatste ontwikkelingen en de discussie erover levend moet houden. Het werk van onze professionals moet daarmee voortdurend aangepast en herijkt worden. Zodat telkens de balans gevonden wordt in het spelend leren binnen de kaders die de samenleving stelt.
Een groot voordeel van een kinderverblijf is dat uw kind al van jongs af aan leert zich binnen een groep te bewegen. Van omgaan met andere kinderen en..Lees meer
Bij de ontwikkeling van een kind is het creëren van een vertrouwde en huiselijke omgeving van groot belang. Als uw kind zich veilig en prettig voelt, zal hij of zij..Lees meer
Voor kinderen is een kinderdagverblijf een leervijver van allerlei sociale vaardigheden die kinderen nodig hebben om zich staande te kunnen houden in de..Lees meer
In de babygroep is maximaal plaats voor 9 kinderen die variëren in leeftijd tussen de 0 en ongeveer 1,5 jaar. Hier wordt het dagritme vooral door de baby’s zelf..Lees meer

Onze locatie’s

Gratis inschrijven

We hebben nog enkele plekken beschikbaar!

Schrijf uw kind binnen 5 minuten in.
Gratis inschrijven

Recent Nieuws

  • gym3

Pietengym brederode Dalton bovenbouw

De pietengym was een groot succes!
Maandag heeft de onderbouw, dinsdag de bovenbouw en donderdag de […]

  • piet onderb

Pietengym op de Brederode Dalton onderbouw

De pietengym was een groot succes!
Maandag heeft de onderbouw, dinsdag de bovenbouw en donderdag de […]

  • 20181128_152342

BSO Orion bakt pepernoten

Vandaag woensdag 28 november hebben we samen pepernoten gebakken wat een feest wast dat en […]