1. Inleiding

Het uitgangspunt van kinderopvang Dikke Maatjes is het bieden van verantwoorde kinderopvang.
In dit pedagogische beleid staat beschreven wat wij hieronder verstaan.
Het beleid vormt de basis van waaruit op de groepen gewerkt wordt met kinderen van 0-4 jaar.
Om kwaliteit van opvang te kunnen bieden en dit ook te toetsen, wordt gewerkt vanuit vier centrale pedagogische doelen.

In dit beleidsplan wordt beschreven op welke manier wij de kinderen ondersteunen in hun ontwikkeling. \\De pedagogisch medewerkers spelen hierin een belangrijke rol en hebben dan ook meer taken dan ‘slechts’ het verzorgen van kinderen.
Naast de taakomschrijving van de pedagogisch medewerkers bevat het beleid ook een omschrijving van hoe de opvang op de verschillende groepen eruit ziet.
Wij vinden het belangrijk dat er een goede samenwerking is tussen de medewerkers van Dikke Maatjes en de ouders.
Hoe deze samenwerking eruit ziet, staat ook in dit beleid omschreven, net als de wijze waarop de pedagogisch medewerkers worden ondersteund.

Met dit pedagogisch beleidsplan zijn onlosmakelijk de landelijke afspraken over kwaliteitsaspecten vanuit het Convenant Kwaliteit Kinderopvang (2007) verbonden. Dit Convenant garandeert de minimale eisen waaraan kinderopvang moet voldoen.
Binnen onze organisatie garanderen wij een hoge kwaliteit.
Ook de Wet kinderopvang raakt het pedagogisch beleid.
Hierin staat welke onderwerpen in het pedagogisch beleid opgenomen moeten zijn en hoe de GGD dat jaarlijks inspecteert.
In dit algemene pedagogisch beleidsplan is te lezen hoe Dikke Maatjes aan de wettelijke eisen voldoet.
Wij werken daarnaast ook nog met een Voedingsbeleid en een beleid rondom Veiligheid en Gezondheid.

Dikke Maatjes verwacht met dit pedagogisch beleidsplan voldoende inzicht te geven in hoe wij ons inzetten om kinderen een verantwoorde opvang te bieden.
Het omschrijft van waaruit er op dit moment gewerkt wordt binnen de organisatie.
Van hieruit is dan ook het pedagogisch werkplan ontstaan.
In het pedagogisch werkplan wordt beschreven hoe de PM’er dient te handelen naar aanleiding van onze pedagogische visie en doelen.
Het beleid is doorlopend in ontwikkeling en aan verandering onderhevig door nieuwe pedagogische inzichten.
Ook andere, maatschappelijke ontwikkelingen kunnen leiden tot bijstelling van het pedagogisch beleid. Het beleid wordt minimaal eens per jaar geëvalueerd.

Visie

In onze visie staat het kind centraal. Elk kind is een eigen persoonlijkheid en mag zich ontwikkelen tot een zelfstandig persoon.
Elk kind is uniek en leert in zijn/haar eigen tempo.
Daarom nemen wij het kind zoals het is en nemen het serieus, ongeacht zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau.
Vanuit een warme, stimulerende omgeving ondersteunen wij het kind in zijn eigen ontplooiing. Wij staan open voor alle emoties die het kind toont.
Wij benaderen deze uiting van emoties positief en laten merken dat we ze herkennen. Door positieve stimulans en het geven van genegenheid, veiligheid en geborgenheid leren wij het kind binnen de groep zichzelf, de ander en de omgeving te respecteren.
Het leren van elkaar neemt daarbij een belangrijke plaats in.
Om onze visie in de kinderopvang in de praktijk te brengen, werken wij bij Dikke Maatjes vanuit vier centrale pedagogische doelen.

2. Vier centrale pedagogische doelen

2.1 Het bieden van emotionele veiligheid

2.1.1 Veiligheid en geborgenheid

Kinderen zijn al volwaardige mensen, ongeacht leeftijd, ontwikkelingsniveau, afkomst of sekse.
Wij respecteren de eigenheid van het kind, in onder andere temperament, wensen en ontwikkelingstempo.
Wij spelen hierbij in op de belevingswereld van het kind, en maken daarbij voortdurend een afweging tussen individuele belangen en groepsbelangen.
Op deze manier ontstaat een omgeving waarin het kind persoonlijke competenties kan ontwikkelen.
Veiligheid ontstaat ook door het creëren van een veilige en hygiënische leefomgeving (meer informatie over de veiligheid en hygiëne bij Dikke Maatjes is beschreven in het Veiligheid en Gezondheidsbeleid

2.1.2 Emotionele ontwikkeling

Wij vinden het belangrijk dat kinderen de ruimte krijgen voor het uiten van hun emoties. \\Wij leven ons in in de belevingswereld van het kind en tonen hierbij begrip voor de verschillende emoties die hierbij kunnen ontstaan. \\De begeleiding die hierbij wordt geboden kan bestaan uit een gesprekje met het kind, maar ook uit het spelen van een spel of het lezen van een boek, waarbij de emotie centraal staat.
Door gevoelens te benoemen leert het kind meer vat op zijn/haar eigen emoties te krijgen.
Daarnaast speelt ook non-verbaal contact, bijvoorbeeld in de vorm van knuffelen en op schoot nemen, een grote rol.
Een kind wat hier geen behoefte aan heeft of afhoudend is, wordt hierbij in zijn waarde gelaten. Het kan meer behoefte hebben aan een andere vorm van lichamelijk contact, bijvoorbeeld stoeien.
Ook kinderen die niet getroost willen worden of een driftbui hebben worden gekend in hun emotie.
Het kind even met rust laten, maar wel in de buurt blijven, kan op zo’n moment een groot gevoel van veiligheid en geborgenheid creëren. \\Als het kind een boze bui heeft en hierbij de andere kinderen bijvoorbeeld pijn doet, keuren wij het gedrag af en niet het kind als persoon.
Op het kinderdagverblijf is volop ruimte voor negatieve, maar vooral positieve emoties. \\De PM’er draagt zorg voor een gezellige, warme en positieve sfeer op de groep, waar plaats is voor veel plezier maken en lachen.

Om op de juiste manier te kunnen reageren op het kind, is het belangrijk dat PM’er op de hoogte is van de thuissituatie.
Een goed contact met de ouders is hierbij van groot belang.

2.1.3 Observeren en adviseren

De spontaniteit en fantasie van kinderen van 0-4 jaar vormt voor menig PM’er de aantrekkelijkheid van het beroep.
De peuterleeftijd kan echter ook problemen met zich meebrengen. Problemen rond eten, slapen of zindelijkheid bijvoorbeeld.
Soms kan het kind ineens last krijgen van koppigheid en/of driftbuien. Het kan ook dat de PM’er ander opvallend gedrag op de groep signaleert en/of zich zorgen maakt over de ontwikkeling van het kind.
De PM’er probeert hierbij te analyseren waarom het gedrag problematisch is, en voorafgaand aan de observatie het probleem duidelijk te formuleren.
De PM’er bespreekt de zorg met de ouders; vragen hen hoe zij daarover denken en of zij deze zorg delen.
We kunnen afspreken de aanpak van het kind te veranderen, het kind gericht te stimuleren op een bepaald ontwikkelingsgebied en/of de aanpak thuis en het kinderdagverblijf beter op elkaar af te stemmen. De PM’er heeft een adviserende rol.
Er kan gekozen worden voor het uitstippelen van een plan van aanpak binnen het kinderdagverblijf. \\Wij steunen de ouders ten alle tijden in hun zorgen omtrent de ontwikkeling van hun kind. Ouders kunnen ook altijd bij hun huisarts terecht voor het aanvragen van een verwijzing voor specialistische hulp.
We behandelen het kind als elk ander kind en vestigen niet de aandacht op ‘het anders zijn’ van het kind.
In het algemeen kan het kinderdagverblijf een belangrijke rol spelen in het vroegtijdig signaleren van ontwikkelingsachterstanden en bij preventie op het ontstaan hiervan.
Wij willen er echter voor waken, dat de nadruk van het kinderdagverblijf teveel komt te liggen op de cognitieve vaardigheden.
Wij gaan uit van de brede ontwikkeling van het kind, dat wil zeggen spelenderwijs begeleiden en waar nodig stimuleren van de ontwikkeling op zowel sociaal, emotioneel, motorisch, cognitief en creatief gebied.
Een goede samenwerking met de basisschool vinden we heel belangrijk, maar de eigenheid van het kinderdagverblijf moet wel bewaard blijven.

2.1.4 Veiligheid en vertrouwen in de groep

Een gevoel van veiligheid heeft te maken met vertrouwen. Wij leren het kind dat hij/zij op elk moment als hij/zij daar behoefte aan heeft, kan terugvallen op de bescherming van de PM’er.
Sociaal gedrag is een pijler binnen ons beleid, denk hierbij dan bijvoorbeeld aan de manier waarop wij met pestgedrag omgaan.
Dit gedrag wordt niet getolereerd en er wordt direct besproken met het kind wat dit gedrag laat zien. Wij tonen hem/haar hoe pestgedrag een negatieve uitwerking heeft op het welbevinden van een ander kind en ondersteunen het gepeste kind om zich hierin te verweren.
Door een uitdagende binnen- en buitenruimte te creëren wordt er een basis voor veiligheid en vertrouwen gelegd.
Wij benaderen de kinderen op een positieve manier en zijn consequent in ons handelen, om zo te streven naar het opbouwen van een vertrouwensband.
kinderen krijgen de gelegenheid om dingen uit te proberen waarbij de PM’er de grenzen blijft bewaken en de kinderen stimuleert daar waar nodig is.
Wij stimuleren de handhaving van de regels van de groep door het belonen van positief gedrag.
Als een kind gecorrigeerd wordt omdat het na herhaalde verzoeken ongewenst gedrag blijft vertonen, zal de PM’er altijd uitleggen waarom dit gebeurt.

2.1.5 Een vast gezicht op de groep

Voor een goed pedagogisch handelen is het van belang om met vertrouwde gezichten op de groep te werken.
Kinderen en ouders moeten zich gekend en herkend weten en dat kan alleen als de groepsleiding niet te veel wisselt.
Hoe jonger het kind, hoe belangrijker dit is. Daarom geldt er een minimumaanstelling voor groepsleiding op de kinderdagverblijven.
In de praktijk merken we dat het niet altijd even gemakkelijk is om die vaste gezichten op de groep waar te maken. Medewerk(st)ers worden ziek, gaan op vakantie, krijgen een andere baan, etc.
Op locatie Orionweg en President Steijnstraat laten wij de groepen daarom samenwerken, zodat de kinderen en ouders met meer groepsleiding vertrouwd raken.
Kan een vaste PM’er niet werken en komt daar iemand anders voor, dan zijn dit altijd bekende gezichten voor ouders en kinderen.
Op sommige dagen kan bij BSO Brederode de bezetting van het aantal kinderen erg laag zijn. Om dan toch opvang te kunnen bieden, komt het voor, dat de kinderen op locatie Orionweg worden opgevangen Ook ten aanzien van invalkrachten streeft Dikke Maatjes naar herkenbare gezichten voor de kinderen en PM’ers die bekend zijn met de manier van werken bij Dikke Maatjes.
Uitgangspunt hierbij is, dat de kinderen worden opgevangen, Gestreefd wordt naar een werkbare situatie voor de medewerk(st)ers, die de kinderen binnen de gegeven omstandigheden zoveel mogelijk vertrouwdheid en veiligheid bieden.

2.1.6 Vertrouwd raken / wennen op de groep

Wanneer een kind geplaatst is op een van de locaties van kinderopvang Dikke Maatjes, wordt er door de PM’er een wenafspraak gemaakt met de ouder(s).
De wenperiode start twee weken voordat het kind daadwerkelijk geplaatst is, dit is kosteloos.
De wenperiode is belangrijk voor zowel de ouder(s)/verzorgers, als het kind. Voor het kind is het belangrijk kennis te maken met de PM’ers en de sfeer te proeven, verschillende prikkels tot zich te nemen en de drukte en gezelligheid te ondergaan van de kinderopvang.
Wanneer blijkt dat het kind veel moeite heeft met het vertrouwd raken met de PM’ers en/of de omgeving zal de PM’er hier extra aandacht aan besteden.

2.1.7 Dagritme baby’s

Alle baby’s hebben een eigen dagritme. Om het gevoel van vertrouwen en veiligheid te bevorderen gaan wij daarom zoveel mogelijk mee met het ritme van het kind.
Met de ouders/verzorgers wordt het dagritme doorgenomen zodat de overgang van thuis naar opvang zo goed mogelijk verloopt.
In overleg met de ouders/verzorgers wordt er na verloop van tijd overgestapt naar vaste voeding, zodat ook het vaste ritme van het dagverblijf vorm krijgt.
Kinderen tot 1 jaar geven wij tot 16.30 uur warme groentehap, indien daar behoefte aan is. Naarmate de baby’s ouder worden groeien zij mee met het dagritme van de oudere kinderen.

2.2 Het bevorderen van de persoonlijke competenties

2.2.1 Cognitieve ontwikkeling

Bij Dikke Maatjes wordt dagelijks veel aandacht besteed aan de interactie tussen kind en omgeving, waarbij het kind kan oefenen met taal.
Een kind heeft een taalomgeving nodig om zijn taal- en spraakontwikkeling te bevorderen. Er wordt bij Dikke Maatjes veel met de kinderen gesproken, gezongen er worden taalspelletjes gedaan.
Ook worden kinderen gestimuleerd zelf te vertellen en zelf dingen te benoemen. Dit gebeurt de hele dag tijdens het vrij spel, maar ook op speciale momenten zoals voorlezen of tijdens een activiteit aan tafel.
Dit alles ter bevordering van de taalontwikkeling, ontwikkeling van het logisch denken en het leren begrijpen en benoemen.
We proberen signalen te herkennen, waarbij een kind zonder iets te zeggen contact probeert te leggen.
Door te benoemen wat wij denken, zien en horen, gaan we na of we het kind goed begrepen hebben en stimuleren we het kind een gesprek aan te gaan.
Wanneer een kind iets niet correct zegt, verbeteren we het niet, maar herhalen we zelf in onze reactie de zin of het woord op de juiste manier.
Wij spreken ieder kind op ooghoogte aan en letten hierbij op ons eigen taalgebruik.

2.2.2 Motorische ontwikkeling

Bij ‘Dikke Maatjes’ krijgen de kinderen de ruimte om zich vrij te bewegen, zowel binnen als buiten. Kinderen mogen klauteren en klimmen en zodoende leren met vallen en opstaan, binnen de grenzen van veiligheid.
Wij streven ernaar om minimaal een keer per dag met de kinderen buiten te spelen, zodat zij vrij kunnen rennen, fietsen, klimmen enz.
Elk kwartaal geeft een danspedagoge dansles aan de oudste peuters.
Door middel van bewegingen op muziek wordt zowel de grove als de fijne motoriek van de kinderen ontwikkeld.
De kinderen ontwikkelen hun fijne motoriek onder andere door het aanbod van diverse knutselactiviteiten, en het oefenen van verschillende vaardigheden, zoals een beker vasthouden of zelf de schoenen / jas aantrekken.

2.2.3 Ontwikkeling van de persoon

Vanaf de geboorte ontwikkelt het kind zijn eigen persoonlijkheid door de wisselwerking met zijn omgeving. Het zelfbewustzijn ontwikkelt zich door rijping en het opdoen van ervaringen.
Wij begeleiden de kinderen om hun zelfstandigheid te bevorderen en zorgen ervoor dat de situatie en omgeving veilig blijft. Hierbij geven wij grenzen aan op het niveau van het kind.
Voor het ontwikkelen van het ‘ik-gevoel’ en latere zelfvertrouwen is een veilige omgeving nodig. Hierbij speelt de continuïteit bij de inzet van personeel en de voorspelbaarheid van reacties van vertrouwde mensen een belangrijke rol.

2.2.4 Creatieve ontwikkeling

Het gaat bij het ontplooien van creativiteit niet alleen om knutselen of ‘handenarbeid’, maar bijvoorbeeld ook om fantasiespel, muziek maken en het creatief zijn in het zelfstandig oplossen van conflicten.
Er hoeft niet iedere dag een knutselwerkje mee naar huis. Als we bijvoorbeeld met z’n allen in een trein van achter elkaar gezette stoelen naar de dierentuin zijn geweest, is dat ons inziens minstens net zo waardevol.
We stimuleren de creatieve ontwikkeling door alle spelvormen regelmatig te laten plaats vinden.
Bij het aanbieden van activiteiten gaan wij doorgaans uit van de behoeften van het kind; zij geven aan wat voor een activiteiten zij willen doen.
Soms beginnen kinderen aan een fantasiespel en weten na twee minuten niet hoe ze verder kunnen, dit kan frustrerend zijn voor het kind en soms slecht voor het zelfvertrouwen. In dit soort situaties bieden wij hulp door het aandragen van mogelijkheden of ideeën.
Naast het inspelen op hetgeen de kinderen aangeven, bieden wij activiteiten aan om kinderen te stimuleren nieuwe ideeën op te doen en om structuur aan te brengen in hun spel.
We stimuleren de kinderen in het maken van keuzes uit alles wat de omgeving hen aanbiedt, zodat ook alle ontwikkelingsaspecten aan bod komen. We vinden het daarbij belangrijk het kind vrij te laten in hoe het met de aangeboden ideeën omgaat. Bovendien biedt het nabootsen van een voorbeeld geen ruimte om, door middel van creatief bezig zijn, emoties te uiten.
Hetgeen juist zo’n belangrijk aspect is van de creatieve ontplooiing. De PM’ers spelen in op wat kinderen zelf aan ideeën en opmerkingen aandragen.
Kinderen hebben een natuurlijke drang om alles te ontdekken wat zij tegenkomen en ieder kind doet dat op zijn eigen wijze.
Door deze manier van ontdekken leren zij op een heleboel verschillende manieren te ervaren en na te denken. Dit is de basis voor de ontwikkeling van de creativiteit.
Creatieve activiteiten zijn altijd gericht op het niveau, de beleving en fantasie van het kind en daarnaast ook op voldoening en niet op het resultaat.

2.2.5 Spelontwikkeling

Het kind leert van spelen, maar spelen betekent vooral plezier hebben in het bezig zijn.
Bij de aanschaf van speelgoed wordt gekozen voor materiaal dat de kinderen uitdaagt om hun fantasie te gebruiken.
Kinderen willen graag leren van volwassenen en hen kopiëren, daarom bieden we de kinderen zoveel mogelijk levensecht materiaal aan. Speelgoed dient er echt uit te zien, zodat een kind een goed beeld krijgt van de realiteit.
Het is van belang dat kinderen kunnen spelen met speelgoed dat past bij hun leeftijd. De kinderopvang beschikt over een basispakket speelmateriaal.
Door de keuze van verschillend speel- en spelmateriaal en het aanbod aan diverse verschillende activiteiten stimuleren wij het kind zoveel mogelijk en ondersteunen wij het kind om zich optimaal te kunnen ontwikkelen en kennis te laten maken met materialen. Op deze manier wordt het kind geprikkeld.
Wij spelen in op dat wat leeft bij het kind, maar het kind kan en mag zelf kiezen in wat ze gaan doen. Van ervaringen leert het kind.
Dit ervaringsleren biedt het kind de mogelijkheid om fouten te maken en daarvoor een oplossing te vinden.
De organisatie heeft gezorgd voor passend ingerichte ruimtes voor spelen en rusten, die in overeenstemming zijn met het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen.
De kinderen worden gestimuleerd en gemotiveerd om zichzelf te ontwikkelen in een ontspannen, vertrouwde en huiselijke omgeving. Ook buitenruimte biedt genoeg mogelijkheden voor de verschillende leeftijdsgroepen.
Het spelmateriaal is veilig, duurzaam en goed schoon te maken. Is het materiaal kapot, dan wordt het weggegooid. Er wordt gezocht naar spelmateriaal wat veilig en voorzien is van het CE-merk en aansluit bij de ontwikkeling van het kind.
Speelgoed dat gericht is op fantasie en naspelen zoals duplo, auto’s en poppen. Ook voor het knutselen in de vorm van onder andere tekenen, schilderen en kleien zijn voldoende materialen aanwezig.

Buitenspelen levert andere ervaringen op dan binnenspelen. Daarom gaan wij, als de weersomstandigheden het toelaten, iedere dag met de kinderen naar buiten.
Buiten zijn er genoeg mogelijkheden om de grove en de fijne motoriek te ontwikkelen. Er is genoeg speelmateriaal, kinderen kunnen zich uitleven op het klim- en klautermateriaal en hun fantasie en motoriek ontwikkelen door bijvoorbeeld het spelen in de zandbak.

2.2.6 Ontwikkeling zelfredzaamheid en verantwoordelijkheidsgevoel

Wij vinden het belangrijk dat een kind zoveel mogelijk zelfstandig kan functioneren, dat het zijn/haar eigen weg kan vinden, zelf aan kan geven wat het wel en niet kan of wil en waarom het dat zo wil.
Het kind moet zich leren handhaven en voor zichzelf leren opkomen. Zelfredzaamheid is een belangrijk aspect in onze samenleving.
Wij willen de kinderen helpen zo jong mogelijk de eigen mogelijkheden te leren kennen en benutten.
Wij laten het kind in zijn/haar eigen waarde bij de ontwikkeling tot zelfstandigheid en zelfredzaamheid.
We zullen geen dingen vragen van het kind die het nog niet (aan)kan.
Wel stimuleren we de zelfstandigheid van kinderen door kleine opdrachtjes te geven en daarbij stimuleren we het kind ook om hulp te vragen als iets nog niet lukt.
Op die manier laten we het kind merken dat we vertrouwen hebben in zijn/haar mogelijkheden. We houden daarbij voortdurend rekening met de aanleg en ontwikkeling van het kind.
Het belangrijkste is het plezier van het kind en vertrouwen in eigen kunnen wanneer het iets nieuws kan.
De inrichting van de ruimte en het meubilair is aangepast aan de kinderen, waardoor gemakkelijker zelfstandig dingen gedaan kunnen worden, zoals zelf speelgoed pakken, opruimen, handen wassen of zelf naar het toilet gaan.
Wij stimuleren kinderen die zindelijk zijn, zelfstandig naar het toilet te gaan.
Wij bieden speelmateriaal zoveel mogelijk aan op het niveau van de kinderen. Uitgangspunt is kinderen uitdagingen te bieden om hun nieuwsgierigheid te prikkelen.
Wij laten de kinderen vrij in hun keuze waar mee gespeeld mag worden. De kinderen krijgen de ruimte om zelf op ontdekkingsreis te gaan en de wereld om zich heen te verkennen.
We stimuleren de kinderen elkaar te helpen, zowel bij het opruimen als bij het spelen wanneer iets niet lukt.
We proberen kinderen te betrekken in de structuur van de dag.
Als een kind verdrietig is omdat zijn vader en/of moeder weggaat, kunnen we aan de hand van de dag uitleggen wat die dag gaat gebeuren: Na het slapen en het drinken, komt papa/mama jou weer ophalen.
Bij het stimuleren van de zelfstandigheid, kijken we naar de leeftijd van het kind en naar de mate waarin het zelfstandig is of met hulp iets kan uitvoeren.
Het gevoel van eigenwaarde groeit hierdoor. Door ‘het zelf doen’ ervaart het kind zijn mogelijkheden en beperkingen en wij geven hem de gelegenheid om zelf een oplossing te bedenken.

2.2.7 Peuterplus en Voorschoolse activiteiten

Bij Dikke Maatjes wordt met een peuterplusgroep gewerkt. Peuters vanaf minimaal 2,5 tot 4 jaar worden van hun stamgroep gehaald door een PM’er en gaan van 8.30-14.30 uur (of een hele dag, met een max. van 8 kinderen of max. 16 (bij 2 PM’ers)) naar een eigen ruimte. Hierbinnen vindt een aantal vaste groepsmomenten plaats zoals eten, drinken, verschoonmomenten en rustmomenten.
De activiteiten die worden aangeboden zijn gevarieerd zoals knutselen, voorlezen, muziek maken enz.
Voordeel van deze groep is dat er meer leeftijdsgerichte en voorschoolse activiteiten aangeboden kunnen worden. Daarnaast wordt er gewerkt met thema’s, waarin voorbereiding en eindproduct zichtbaar aanwezig zullen zijn. De sociaal-emotionele ontwikkeling loopt als een rode draad door de hele dag heen.

2.3 Het bevorderen van de sociale competenties

2.3.1 Sociale ontwikkeling

Het leren van sociaal gedrag is essentieel voor iedereen om zich staande te kunnen houden in de samenleving.
Je moet met anderen kunnen samenwerken, vriendschappen sluiten en onderhouden.
Maar ook met anderen van mening kunnen verschillen en op een constructieve manier conflicten kunnen oplossen. Op de kinderopvang doen kinderen vaak voor het eerst ervaring op in het spelen met andere kinderen. In het begin zullen ze nog veel naast elkaar spelen.
Gaandeweg ontdekken ze andere kinderen en komt het tot samenspelen. Wij helpen de kinderen een vertrouwde plaats in de groep te vinden en stimuleren hen om contact te leggen.
Door te spelen in een groep, met en naast elkaar, leren kinderen rekening met elkaar te houden.
Spelenderwijs proberen wij de kinderen respect voor elkaar en de omgeving bij te brengen.
Dit doen we door ze te stimuleren met elkaar te delen (van b.v. speelgoed), op elkaar te wachten (b.v. pas eten als we allemaal wat hebben), naar elkaar te luisteren (b.v. naar elkaars verhalen aan tafel), elkaar te helpen, te troosten, om de beurt te doen en samen plezier te maken (b.v. kringspelletjes).
Daarnaast vinden we het belangrijk dat kinderen leren aandacht en belangstelling voor elkaar te hebben. Wij doen dit door bijvoorbeeld het noemen van namen van alle kinderen en langdurige zieke kinderen naar elkaar een kaart te sturen.
We leren de kinderen echter ook voor zichzelf op te komen, door ze te stimuleren te zeggen wat ze wel of niet willen.
Een groepsactiviteit betekent dan ook niet, dat alle kinderen mee moeten doen, kinderen maken hierin zelf de keuze.
Competitiegedrag proberen we zo snel mogelijk te doorbreken. We maken de kinderen duidelijk, dat ‘sneller’ of ‘groter’ niet ‘beter’ is, maar dat het gaat om het plezier.
Wanneer er conflicten zijn tussen de kinderen onderling, kijken we eerst of ze het samen kunnen oplossen, dit zullen we ook altijd stimuleren.
We praten met de kinderen en proberen de kinderen zelf een oplossing te laten bedenken. Hierbij zullen we het kind helpen door vragen te stellen en eventueel verschillende, mogelijke oplossingen te bieden.
Alleen in uiterste nood, wanneer het kind te boos is om voor rede vatbaar te zijn, halen we het kind uit de situatie door het bijvoorbeeld even apart te zetten, binnen de groep.
Belangrijk is het daarbij om daarna nog even rustig met het kind te praten, te proberen het kind inzicht te geven in de gevolgen van zijn gedrag voor een ander kind en eventueel alternatieven voor zijn/haar gedrag aan te bieden.
We stellen zinvolle regels en leggen de kinderen uit waarom er grenzen worden gesteld.
Daarbij proberen we niet te hoge eisen te stellen. Voor de kinderen vormt kennis van regels, daarmee leren omgaan, inclusief het overtreden ervan, een belangrijke basis voor hun emotionele zekerheid en sociale vaardigheid. We gaan uit van een positieve benadering en geven de kinderen complimentjes als we waarderen wat ze doen.
Het voorbeeldgedrag van de PM’er speelt bij de begeleiding van de sociale ontwikkeling een belangrijke rol. Wij zijn ons ervan bewust, dat we op deze manier onze eigen waarden en normen overdragen.
Dit betekent onder andere, dat als we afspraken met kinderen gemaakt hebben, we onszelf daar ook aan houden; of een kind excuus aanbieden, als dat nodig is.
Gezamenlijke activiteiten bevorderen de sociale omgang met elkaar en het overbrengen van waarden en normen.
Daarnaast zijn gezamenlijke activiteiten een bron van gezelligheid, aandacht en sfeer. Gezamenlijke momenten geven rust en herkenning. Het binnen en buiten de eigen groep om, activiteiten doen met leeftijdsgenoten stimuleert de sociale ontwikkeling.
Naast de verschillende gezamenlijke momenten op de dag en de speciale feesten werken we ook met thema’s, die gekozen worden aan de hand van de behoeftes van de kinderen. Die thema’s worden niet alleen op de groepen behandeld, maar ook tijdens ‘open deuren’.
Ook de activiteiten die hierbij worden aangeboden zijn onderdeel van het sociale proces.

2.4 Het bevorderen van de morele competenties

2.4.1 Overbrengen van normen en waarden

Wij behandelen zowel mens als dier, als al het andere wat leeft, met respect. De kinderen worden gestimuleerd naar elkaar te luisteren en rekening te houden met ieders behoeften en mogelijkheden. Door actief aandacht en tijd aan de kinderen te geven en ze met interesse te volgen in wat hen bezig houdt, laten we merken dat wij er voor ze zijn. Dit bevordert de ontwikkeling, het zelfrespect en het respect voor de ander(en). Wij zijn ons hierbij bewust van maatschappelijke waarden en normen en proberen die over te dragen op de kinderen. In de omgang met de kinderen maken wij duidelijk aan de kinderen dat niet alle kinderen hetzelfde zijn en dat dat juist de meerwaarde is in onze samenleving. Wij geven kinderen het gevoel dat hij/zij gewaardeerd en gerespecteerd wordt om wie zij zijn door op een positieve manier het kind te benaderen. Wij ondersteunen en stimuleren het kind en dagen het uit om dingen uit te proberen. Daarbij krijgt het kind nadrukkelijk de ruimte om fouten te maken en de gelegenheid om naar nieuwe oplossingen te zoeken. Wij bieden het kind de mogelijkheid zich als individu maar ook als mens binnen de groep te ontwikkelen.

Wij zijn ons bewust van onze eigen normen en waarden en staan open voor de normen en waarden van anderen en voor andere culturen. Daarbij zijn wij ons ook bewust van de normen en waarden binnen “Dikke Maatjes” en geven dit de kinderen mee. Onze eigen houding is hierbij essentieel. Wij vinden het belangrijk een open houding uit te dragen ten opzichte van verschillende culturen en samenlevingsvormen en andere waarden en normen. Intercultureel werken blijft wat ons betreft dan ook niet beperkt tot het kinderdagverblijf, waar ook daadwerkelijk kinderen uit andere culturen in de groep (kunnen) zitten. Ingaan op opmerkingen van de kinderen over andere culturen of samenlevingsvormen, gesprekjes tussen kinderen onderling daarover bevorderen en bij het vertellen van verhalen niet alleen van de eigen ‘wereld’ uitgaan, zijn daar onderdeel van. Wij richten ons op ieder individueel kind met zijn of haar specifieke achtergrond, mogelijkheden en beperkingen en proberen daar op in te spelen. We dragen zorg voor herkenningspunten vanuit de thuissituatie in het kinderdagverblijf voor alle kinderen om zo aan te sluiten bij de leefwereld van ieder kind. Daarnaast proberen we de kinderen kennis te laten maken met nieuwe ‘werelden’.

2.4.2 Seksuele ontwikkeling

Van baby tot aan de volwassenheid maakt iedereen een seksuele ontwikkeling door. Het is belangrijk om hier op de opvang aandacht aan te besteden omdat kinderen de PM’er kunnen confronteren met bepaald gedrag of vragen over seksualiteit. Daarbij hoort seksualiteit bij het leven. Kinderen zouden het als iets positiefs moeten zien. Daarbij is het voor de PM’ers van belang dat zij hun eigen normen en waarden hierover kennen en deze overbrengen op de kinderen. De PM’ers moeten hun grenzen tegenover seksualiteit kunnen aangeven. Omdat iedereen zo zijn persoonlijke opvattingen heeft over wat wel en niet kan in de opvoeding wat betreft seksueel gedrag, vinden we het belangrijk dat er duidelijkheid is over de afspraken die zijn gemaakt over de omgang met seksueel gedrag op het kinderdagverblijf. We vinden het erg belangrijk hier goede antwoorden op te hebben en hierover te blijven nadenken. Verdere regelgeving en afspraken over hoe wij omgaan met de seksuele ontwikkeling en seksueel gedrag binnen de opvang is vastgelegd in het protocol Omgaan met de seksuele ontwikkeling en seksueel gedrag en wordt benoemd binnen het beleid Veiligheid en Gezondheid.

2.4.3 Het vieren van feesten en verjaardagen

Bij “Dikke Maatjes” wordt aandacht geschonken aan diverse feestdagen. Er vinden dan creatieve activiteiten plaats, er wordt versierd en er is extra aandacht voor de persoonlijke ervaringen van de kinderen in deze drukke periode. Er wordt op “Dikke Maatjes” kleinschalig Sinterklaas gevierd, we laten het zeker niet voorbij gaan, en vieren dit gezamenlijk met alle kinderen. Ook aan Kerst wordt extra aandacht besteed en bieden wij de kinderen, die op die dag aanwezig zijn, rondom de Kerstdagen een speciale Kerstlunch aan. Regels en afspraken rondom voeding bij ‘Dikke Maatjes’ staan uitgebreid beschreven in het Voedingsbeleid. Ook vieren wij natuurlijk de verjaardagen van de kinderen. We zingen verjaardagliedjes, feliciteren de jarige en de jarige krijgt een klein cadeautje. Als een kind wil trakteren dan mag dat, hierbij geven wij de voorkeur aan gezonde of niet eetbare traktaties. Tevens is er de gelegenheid om foto’s te maken. Wel dienen wij rekening te houden met de wens van ouders die hun kind niet willen fotograferen.

3. Rol van de Pedagogisch Medewerker

3.1 Meerdere taken

De PM’er speelt een belangrijke rol in de ontwikkelingsmogelijkheden van het kind, zoals in voorgaande hoofdstukken beschreven. De PM’er biedt als volwassene de mogelijkheden aan het kind om zich in meer of mindere mate te ontplooien, om zo hun eigen weg te vinden binnen “Dikke Maatjes” maar ook in de verdere samenleving. De PM’er biedt de veiligheid en zal steeds samen met de kinderen werken aan een prettige, huiselijke sfeer binnen de groep. De verschillende signalen van het individuele kind worden besproken met de naaste collega’s en de ouders wat weer van invloed kan zijn op de specifieke begeleiding van het betreffende kind. Voor de professionele houding van de PM’er betekent dit naast de verzorging en begeleiding van de kinderen: plezier maken met de kinderen, enthousiast en vernieuwend zijn en dit naar kinderen, ouders en collega’s uitstralen. Naast dit alles heb je als PM’er ook een voorbeeldfunctie. Kinderen imiteren de volwassenen waar ze mee omgaan. De verdere taken en manier van handelen staan verder uitgebreid beschreven in het Pedagogisch Werkplan.

3.2 Mentor

Elk kind heeft een eigen mentor. Dit is een van de vaste pedagogisch medewerkers van de groep van het kind. De PM’er volgt het kind heel specifiek, onder andere d.m.v. het kindvolgsysteem, is aanspreekpunt voor de ouder en draagt zorg voor het welbevinden van het kind. Op iedere groep hangt een overzicht waarin te zien is voor ouders welke kinderen aan welke PM’ers zijn gekoppeld.
De ouder kan de mentor altijd aanspreken of een afspraak maken voor overleg. De mentor zorgt ervoor dat andere PM’ers op de hoogte zijn van afspraken die hij/zij met de ouder heeft gemaakt zoals bijvoorbeeld over de ontwikkeling van het kind of bijvoorbeeld veranderingen in het slaap- en/of eetritme.

Na de eerste drie maanden zal de mentor een evaluatiegesprek met de ouder plannen, wat een vast onderdeel is van het kindvolgsysteem, om te bespreken hoe het gaat. Wanneer het kind van de babygroep overgaat naar een verticale groep dan wordt er extra aandacht besteed aan deze nieuwe situatie voor het kind. Er zal voor het kind een wenschema worden gemaakt, zodat het kind vertrouwd kan raken met de nieuwe groep en de nieuwe PM’ers. De gehele periode dat het kind op het kinderdagverblijf is, heeft hij/zij een vaste mentor, en zullen we een wisseling van mentor tot een minimum proberen te beperken.

De mentor observeert het kind op vastgelegde momenten, en houdt dit bij in het kindvolgsysteem. Ook maakt de PM’er een verslag over zijn/haar welbevinden. De ouder zal door de mentor minimaal 1 keer per jaar worden uitgenodigd voor een gesprek waarin het welbevinden van het kind wordt besproken en waar tijd is om ideeën, adviezen en opmerkingen uit te wisselen.

De mentor is ook verantwoordelijk voor de overdracht van informatie naar de BSO en naar de basisschool. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een overdrachtformulier (BSO) en ‘de kleine Eigenwijzer’ (basisschool). De laatste wordt aan de ouders meegegeven en deze zijn vervolgens zelf verantwoordelijk voor de overdracht van het formulier aan de betreffende basisschool.

3.3 PM’er biedt spel- en speelmaterialen aan

Door de keuze van verschillend speel- en spelmateriaal en het aanbod van diverse verschillende activiteiten stimuleren wij het kind zoveel mogelijk en ondersteunen wij het kind om zich optimaal te kunnen ontwikkelen en kennis te laten maken met materialen. Op deze manier wordt het kind geprikkeld. Wij spelen in op dat wat leeft bij het kind, maar het kind kan en mag zelf kiezen in wat hij/zij wil gaan doen. Het kind leert van ervaringen. Dit ervaringsleren biedt het kind de mogelijkheid om fouten te maken en daarvoor een oplossing te vinden. De organisatie heeft gezorgd voor passend ingerichte ruimtes voor spelen en rusten, die in overeenstemming zijn met het aantal kinderen en de leeftijd van de op te vangen kinderen. De kinderen worden gestimuleerd en gemotiveerd om zichzelf te ontwikkelen in een ontspannen, vertrouwde en huiselijke omgeving. Ook de buitenruimte biedt genoeg mogelijkheden voor de verschillende leeftijdsgroepen. Het spelmateriaal is veilig, duurzaam en goed schoon te maken. Is het materiaal kapot, dan wordt het weggegooid. Er wordt gezocht naar spelmateriaal wat veilig is en voorzien is van het CE-merk en aansluit bij de ontwikkeling van het kind. Ook is er voldoende speelgoed dat gericht is op fantasiespel en het naspelen zoals duplo, auto’s en poppen. Ook voor het knutselen in de vorm van onder andere tekenen, schilderen en kleien zijn voldoende materialen aanwezig.

3.4 PM’er heeft een signalerende functie

PM’er moet zich in kunnen leven in de belevingswereld van het kind en kennis hebben van de ontwikkelingsfasen waarin het kind zich bevindt. Heel praktisch komt het er op neer dat bij alles wat wij doen ons afvragen of een kind zich goed voelt bij de manier waarop wij ons dagelijks werk doen. Ook kan het voorkomen dat een kind bijzonder gedrag vertoont. Wij zullen de hulp inroepen van onze kwaliteitsmedewerker, zij zal het kind observeren. De bevindingen worden besproken met de mentor van het kind en eventueel de andere PM’ers van de groep. In overleg met de ouders zullen wij kinderen doorverwijzen naar passende instanties, waaronder de huisarts en/of het consultatieburo. In samenwerking met het consultatieburo, de PM’ers en de ouders zal er eventueel een plan van aanpak gemaakt worden. Indien nodig zal het consultatieburo onafhankelijk ondersteuning geven aan ouders. Deze ervaring wordt besproken met de naaste collega’s, tijdens de overdracht naar de ouders en in oudergesprekken.

3.5 Meldcode vermoeden kindermishandeling

De kinderopvang is bij uitstek een plaats waar (een vermoeden van) kindermishandeling gesignaleerd zou kunnen worden. PM’er heeft hierin een belangrijke taak. Zij zien de kinderen regelmatig en kunnen opvallend en/of afwijkend gedrag signaleren. Nadat zij signalen hebben opgemerkt is het ook hun taak actie te ondernemen. In het bij wet verplichte ‘protocol vermoeden kindermishandeling’ staat het stappenplan met actiepunten beschreven die bij ‘Dikke Maatjes’ wordt gevolgd indien er sprake is van een vermoeden van kindermishandeling.

4. Opvang op de groepen

4.1 Grootte en samenstelling van de groep

Binnen Kinderopvang Dikke Maatjes wordt gewerkt met verticale groepen. In een verticale groep zitten kinderen in de leeftijd van negen weken tot vier jaar. Per dag worden er op een verticale groep 12 kinderen opgevangen, met 2 gekwalificeerde PM’ers. Een voordeel van een verticale groep is dat kinderen geen overstap hoeven te maken naar een andere groep en dat de jongere kinderen veel kunnen leren van de oudere kinderen. Er is 1 babygroep bij de locatie op de Orionweg waar maximaal 9 kinderen zitten tussen 0-2 jaar. De babygroep is een fijne plek voor bijvoorbeeld vroeg geborenen of baby’s die het prettig vinden in een rustigere omgeving.

4.2 Open deuren beleid / Gezamenlijke activiteiten

Bij Dikke Maatjes wordt met een open deuren beleid gewerkt. Kinderen worden in hun eigen stamgroep opgevangen met vaste PM’ers, maar op verschillende momenten in de week is er tijdens ‘open deuren’ de ruimte om op andere groepen, dan de eigen stamgroep, te kijken en te spelen. Op de groepen worden dan activiteiten aangeboden, gericht op de verschillende ontwikkelingsgebieden. Wij streven ernaar om zoveel mogelijk vaste PM’ers (vaste gezichten) op de groepen te hebben. Er wordt gekeken naar de PM’er – kindratio zoals staat beschreven in de CAO. Het komt weleens voor dat een groep teveel kinderen heeft door omstandigheden, maar dat een andere groep voldoende plaats heeft. In overleg met de leidinggevende en ouders gaat er dan een kindje bij een andere groep spelen. Door de PM’er wordt ingeschat welke kinderen dit aankunnen en ook leuk vinden. Op rustige momenten zoals de vakantieperiode, worden de groepen soms samengevoegd. Rondom de verschillende feestdagen worden ook bijzondere activiteiten buiten de stamgroepen georganiseerd, denk hierbij aan een Paaslunch, Kerstlunch, poppenkastvoorstellingen etc. Tijdens deze activiteiten worden de kinderen gezamenlijk in de centrale hal opgevangen. Ook hierbij wordt rekening gehouden met het PM’er – kindratio.

BSO:
Bij activiteiten in groepen groter dan 30 kinderen, hanteren wij een opendeuren beleid. Kinderen kunnen in de basisgroepen aansluiten bij een activiteit/workshop die op dat moment wordt aangeboden. Zo kan het voorkomen dat de ene basisgroep meer kinderen heeft met activiteiten dan de andere basisgroep. Ook maken wij gebruik van een danspedagoge en een gymleraar, die op verschillende momenten in de maand activiteiten aanbieden aan de kinderen. Beiden zijn in het bezit van een VOG.
Wij vinden het belangrijk de emotionele veiligheid van het kind ten aller tijden te waarborgen. Het is belangrijk dat het kind zich thuis voelt en veilig bij de PM’ers en de andere kinderen in de groep. Wij proberen dit te realiseren door ieder kind zichzelf te laten zijn en zijn/haar grenzen aan te laten geven. Kinderen moeten de kans krijgen zichzelf terug te kunnen trekken als zij hier behoefte aan hebben. We vinden het belangrijk met de kinderen in gesprek te blijven over hoe zij zich voelen.

4.3 Drie-uursregeling en achterwacht

Het kan zijn dat er op bepaalde tijdstippen tijdelijk minder pedagogisch medewerkers worden ingezet. In de Kwaliteitsregels Kinderopvang staat hoe dit doormiddel van de drie-uursregeling kan worden opgevangen. Ook is er een nieuwe regeling inzake de achterwacht op de kleine (losse) locaties.

4.3.1 De drie-uursregeling op de hele dagopvang

locaties Orionweg en President Steijnstraat

• Tussen 8.30-14.30 uur (of een hele dag) worden peuters van 2,5-4 jaar van elke groep gehaald tot een max. van 16 kinderen. Tussen 8.30-9.30 uur zijn er daardoor minder kinderen op de groep aanwezig, dit is per groep verschillend.
• Op de volgende tijden is het aantal pedagogisch medewerkers in overeenstemming met het aantal aanwezige kinderen:
Van 9:00 tot 13:00 uur
Van 13:30 tot 14:00 uur
van 14:30 tot 17:00 uur
• In de pauzeperiode, van 13.00 – 13:30 uur en van 14:00 – 14:30 uur, slapen veel kinderen. Hierdoor behoeven minder kinderen actieve pedagogische aandacht en kunnen de PM’ers beurtelings pauze houden.
Gedurende deze slaap- en pauzetijd is het mogelijk dat minder PM’ers worden ingezet dan volgens de PM’er – kindratio is vereist. Dit mag nooit langer dan maximaal 1 uur.
• Tussen 8.00-9.00 uur en tussen 17.00-18.00 uur kan de afwijking van de PM’er -kindratio niet langer duren dan 1 uur aaneengesloten.
• Op één dag mag er maximaal 3 uur tijdelijk minder personeel ingezet worden. Minimaal de helft van het aantal benodigde PM’ers moet aanwezig zijn tijdens die 3 uur.
In het kinderdagverblijf is minimaal één PM’er en een andere volwassene aanwezig.

locaties Molukkenstraat en Kerkweg KDV

• Wanneer op de locatie het dienstrooster/kind-leidster-ratio 2 Pedagogisch medewerkers vereist, is op de volgende tijden het aantal pedagogisch medewerkers in overeenstemming met het aantal aanwezige kinderen:
Van 8:30 tot 13:00 uur
van 14:00 tot 17:00 uur
• In de pauzeperiode, van 13.00 tot 14:00 uur, slapen veel kinderen. Hierdoor behoeven minder kinderen actieve pedagogische aandacht en kunnen de PM’ers beurtelings pauze houden.
Gedurende deze slaap- en pauzetijd is het mogelijk dat minder PM’ers worden ingezet dan volgens de PM’er – kindratio is vereist. Dit kan nooit langer dan maximaal 1 uur.
• Tussen 8.00-9.00 uur en tussen 17.00-18.00 uur kan de afwijking van de PM’er -kindratio niet langer duren dan 1 uur aaneengesloten.
• Op één dag mag er maximaal 3 uur tijdelijk minder personeel ingezet worden. Minimaal de helft van het aantal benodigde PM’ers moet aanwezig zijn tijdens die 3 uur.

• Wanneer op de locatie het dienstrooster/kind-leidster-ratio 3 Pedagogisch medewerkers vereist, is op de volgende tijden het aantal pedagogisch medewerkers in overeenstemming met het aantal aanwezige kinderen:
van 7:30 tot 8:00 uur Van 8:30 tot 13:00 uur
van 14:30 tot 17:30 uur
• In de pauzeperiode, van 13.00 tot 14:30 uur, slapen veel kinderen. Hierdoor behoeven minder kinderen actieve pedagogische aandacht en kunnen de PM’ers beurtelings pauze houden.
Gedurende deze slaap- en pauzetijd is het mogelijk dat minder PM’ers worden ingezet dan volgens de PM’er – kindratio is vereist. Dit kan nooit langer zijn dan maximaal 1,5 uur.
• Tussen 8.00-8:30 uur en tussen 17.30-18.00 uur kan de afwijking van de PM’er -kindratio niet langer duren dan 1/2 uur aaneengesloten.
• Op één dag mag er maximaal 2,5 uur tijdelijk minder personeel ingezet worden. Minimaal de helft van het aantal benodigde PM’ers moet aanwezig zijn tijdens die 3 uur.
In het kinderdagverblijf is minimaal één PM’er en een andere volwassene aanwezig.

Op onze kleinere locaties aan de Kerkweg en de Molukkenstraat, kan het voorkomen dat een PM’er alleen werkt op de locatie. Elke PM’er heeft recht op pauze, de groep zal overgenomen worden door een andere PM’er. Tijdens de pauze blijven de PM’ers op locatie zodat de veiligheid wordt gewaarborgd. In wederzijds overleg is afgesproken dat de PM’ers op de locatie blijft tijdens de pauze. D.m.v. ‘het vier ogenprincipe’ en de telefoon is er altijd direct contact met deze PM’ers.

4.3.2 De drie-uursregeling op de buitenschoolse opvang

• Gedurende reguliere schoolweken kan voor de buitenschoolse opvang ten hoogste een half uur per dag minder PM’ers worden ingezet dan volgens de PM’er – kindratio is vereist.
• Beslaat de opvang van de kinderen de gehele dag, bijvoorbeeld tijdens vakanties, dan geldt de regel van de PM’er – kindratio zoals bij de hele dagopvang.
• Op een schooldag mag er maximaal 0,5 uur tijdelijk minder personeel ingezet worden. In dit half uur moet minimaal de helft van het aantal benodigde pedagogisch medewerkers aanwezig zijn. Er zijn momenten waarbij wij eventueel afwijken, zoals bij het ophalen van de kinderen van verschillende locaties. Deze tijd is tussen 14:45 – 15:15 uur.
• In het kinderdagverblijf is minimaal één pedagogisch medewerker en een andere volwassene aanwezig (dit kan ook door het gebruik van camera’s)

4.3.3 Het ‘vier ogen’ principe / achterwacht

Uit oogpunt van veiligheid is een situatie waarin kinderen alleen kunnen zijn met één volwassene niet wenselijk en niet volgens onze kwaliteitseisen.
Als in een uitzonderlijke situatie er maar één medewerker aanwezig kan zijn en geen andere volwassene op de locatie is, hanteren we een zogenaamde achterwachtregeling. Het beleid omtrent de achterwachtregeling en het ‘vier ogen principe’ staat uitgebreid beschreven in het beleidsplan veiligheid en gezondheid.

4.4 Extra dagdelen en ruildagen

Op Kinderopvang Dikke Maatjes is het mogelijk om gebruik te maken van extra dagdelen of ruildagen, indien plaats beschikbaar. Ruildagen kunnen ouders afnemen twee weken voor of twee weken na de geplande opvangdag. Als een ouder een extra dag zou willen afnemen, dan krijgen zij hier een factuur over. Mocht het zo zijn dat er geen plek is op de eigen groep, maar wel op een andere groep, dan kunnen ouders hiervoor kiezen. Ouders dienen hier wel een toestemmingsformulier voor in te vullen. Als extra service krijgen alle ouders éénmalig hun contractdagen cadeau binnen het kalenderjaar. Deze mogen zij naar vrije keuze inzetten, indien plaats beschikbaar. Na elk kalenderjaar vervallen deze dagen.

5.Samenwerking met ouders

5.1 Relatie met ouders

Een goede relatie tussen ouders en PM’ers is van groot belang voor het welzijn van het kind. Een kind voelt haarscherp aan wanneer er verwarring tussen een PM’er en de ouder is. Om een goede relatie tot stand te brengen zal regelmatig uitwisselen van gegevens noodzakelijk zijn. Voor de PM’er is het van belang om te weten hoe de thuissituatie is; hoe het gezin is samengesteld, of er moeilijkheden of spanningen zijn, of dat het kind een speciale aanpak krijgt. Andersom moeten de ouders weten hoe de dagelijkse gang van zaken bij “Dikke Maatjes” is. Veranderingen worden over en weer doorgegeven.

5.2 Opvoedingsverantwoordelijkheid

Ouders willen graag dat de opvoeding in de kinderopvang zo veel mogelijk aansluit bij hun eigen ideeën. Waar mogelijk zal bij “Dikke Maatjes” rekening gehouden worden met bepaalde wensen van de ouders. Het is echter niet altijd mogelijk om op alle ideeën en wensen van ouders in te gaan. De groep heeft ook haar eigen groepsregels. Het opvoeden in een groep stelt heel andere eisen dan de opvoeding in een gezin. Bovendien heeft de kinderopvang te maken met ouders van allerlei verschillende achtergronden en met diverse wensen en verplichtingen van scholen.

5.3 Oudergesprekken

Elke ouder / verzorger krijgt 3 maanden na plaatsing een evaluatieformulier mee, betreffende de wenperiode van het kind. Hiermee krijgen wij feedback hoe de opvang tot dusver wordt ervaren. Eventuele op- en aanmerkingen worden besproken met de PM’ers. Rond de leeftijd van 1,5 jaar / 2,5 jaar en 3,5 jaar is, vind er een oudergesprek plaats, waarin de ontwikkeling van het kind wordt besproken. Het kindvolgsysteem, en de daarbij ingevulde observaties worden hierbij als leidraad gebruikt. Als het gesprek bijzonderheden of een klacht omvat, kan ervoor worden gekozen om de leidinggevende bij een oudergesprek te laten zitten. Het formulier van de “kleine eigenwijzer” wordt tijdens het exitgesprek besproken. Ouders krijgen dit formulier mee en kunnen dit overdragen aan school. Als kinderen naar de basisschool gaan of eerder de opvang verlaten, krijgen de ouders een maand voordat zij de opvang verlaten een exitformulier mee. Eventuele op- en aanmerkingen worden meegenomen in het pedagogisch werkplan. De formulieren komen in het kinddossier en worden meegegeven als het kind de opvang verlaat.

5.4 Ouderparticipatie

Kinderopvang “Dikke Maatjes” heeft een oudercommissie. De commissie bestaat uit minimaal drie leden en maximaal vijf leden. De rol en functie van de oudercommissie is omschreven in Reglement oudercommissie. Deze staat ter inzage op “Dikke Maatjes”. De commissie heeft een adviserende en controlerende functie binnen de organisatie. Zij kan adviezen geven over spel en ontwikkelingsactiviteiten. Het is aan de directie en leiding om deze adviezen over te nemen.

6. Ondersteuning personeel

6.1 Opleiding medewerkers

Alle PM’ers bij “Dikke Maatjes” zijn gediplomeerd volgens CAO Kinderopvang en zijn in het bezit van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Alle PM’ers werken parttime. Zij werken volgens een vast rooster, zodat er zoveel mogelijk op dezelfde PM’ers op dezelfde dagen aanwezig zijn. Bij ziekte en/of vakantie wordt de leidster vervangen door één van de vaste invalskrachten uit de invalspool van “Dikke Maatjes”.

6.2 Ondersteuning

6.2.1 Ondersteuning door keukenhulp en technisch medewerker

Op onze locatie aan de Orionweg werken wij met keukenhulpen. Zij kenmerken zich door het verrichten van huishoudelijke werkzaamheden ten behoeve van alle ruimtes op de locatie Orionweg; het verzorgen van het eten, het schoonhouden van de algemene ruimtes en het draaien van de was. De keukenhulpen verzorgen tevens de voorraad en inkoop van voeding en huishoudelijke artikelen voor alle locaties. Zij hebben geen direct contact met de kinderen maar bieden ondersteuning aan de groepen, daar waar nodig is. De technisch medewerker van “Dikke Maatjes” is verantwoordelijk voor het onderhoud van alle locaties. Het beleid omtrent het aanbieden en verzorgen van onder andere de warme maaltijden is te vinden in het Voedingsbeleid van Dikke Maatjes

6.2.2 Ondersteuning door pedagoge en consultatiebureau

PM’ers kunnen bij vragen rondom het gedrag van een kind of kinderen op hun groep terecht bij een HBO pedagoog. Zij kan naar aanleiding van observaties op de groep de PM’ers en/of de ouders adviseren. Indien ouders een complexere hulpvraag omtrent de opvoeding van hun kind hebben, kan ook hulp ingeschakeld worden van een orthopedagoge van het consultatiebureau.

6.2.3 Stagiaires

Wij bieden elk schooljaar stageplekken aan leerlingen Pedagogisch Medewerker of leerlingen van de middelbare school die een paar dagen een snuffelstage komen doen. De praktijkopleider is verantwoordelijk voor de plaatsing en coördinatie van de begeleiding van de stagiaires. Afhankelijk van hun leerjaar en ervaring mogen de stagiaires uitvoerende werkzaamheden op de groepen verrichten. Zij worden op de groep begeleid door een vaste PM’er en vallen onder haar/zijn verantwoordelijkheid. Hoe de begeleiding van de stagiaires vorm gegeven wordt, staat beschreven in het Stage- en Opleidingsbeleid van ‘Dikke Maatjes’.

7.Richtlijnen

7.1 Veiligheid en Gezondheid

De organisatie voert een verantwoord gezondheidsbeleid. Dit is onderdeel van de wettelijk verplichte Risico-inventarisatie. Daarbij wordt bestaande wet- en regelgeving in acht genomen.

7.2 Wat te doen bij ziekte?

Als een kind koorts heeft, wordt de ouder(s)/verzorger gebeld, die het kind dan op komen halen. Als een kind hangerig is of zich niet lekker voelt, wordt er contact opgenomen met de ouders en wordt er overlegd. Het kind hoeft niet perse naar huis, maar moet zich wel veilig en prettig voelen op de groep. Het is aan de PM‘ers of het kind op “Dikke Maatjes” kan blijven. Kinderen moeten eerst een dag koortsvrij zijn, voordat zij weer bij Dikke Maatjes mogen komen. We handhaven de richtlijnen conform de GGD.

7.3 Veiligheid

De organisatie voert een verantwoord veiligheidsbeleid zoals beschreven in het calamiteitenbeleid. Hierin zijn onder andere opgenomen een jaarlijkse Risico-inventarisatie Veiligheid en Gezondheid en Verklaring Omtrent het Gedrag. Alle PM’ers zijn in het bezit van kinderEHBO en in het bezit van een BHV diploma. (BedijfsHulpVerlening). Jaarlijks wordt er een ontruimingsoefening gehouden met de kinderen, waarbij de brandweer bij betrokken zal zijn. Verdere richtlijnen en afspraken staan beschreven in het beleid Veiligheid en Gezondheid.

8.Bezoek GGD

Eenmaal per jaar bezoekt een toezichthouder van de GGD “Dikke Maatjes”. Voorafgaand aan dit bezoek worden alle verplichte, aanwezige stukken (werkwijze, visie, risico analyse veiligheid, risico analyse gezondheid, roosters waar het personeel op ingepland staat, planlijsten van de kinderen, reglement van de oudercommissie, notulen van de oudercommissie) bekeken. Tijdens het bezoek wordt er onder andere een vraaggesprek gevoerd met de directie, maar ook met diverse PM’ers op de groep, om te zien of dat wat op papier staat met de werkelijkheid klopt. Naar aanleiding van deze inspectie wordt door de toezichthouder een inspectierapport opgesteld. De directie van “Dikke Maatjes” heeft de mogelijkheid te reageren op de inhoud van het rapport. Deze zienswijze wordt ook aan het inspectierapport toegevoegd. Na de vaststelling van het rapport wordt deze verstuurd naar de gemeente, de directie en eventueel de oudercommissie. Het inspectierapport is ter inzage voor ouders en personeel. Het inspectierapport wordt na goedkeuring geplaatst in het Landelijk register Kinderopvang.

Een groot voordeel van een kinderverblijf is dat uw kind al van jongs af aan leert zich binnen een groep te bewegen. Van omgaan met andere kinderen en..Lees meer
Bij de ontwikkeling van een kind is het creëren van een vertrouwde en huiselijke omgeving van groot belang. Als uw kind zich veilig en prettig voelt, zal hij of zij..Lees meer
Voor kinderen is een kinderdagverblijf een leervijver van allerlei sociale vaardigheden die kinderen nodig hebben om zich staande te kunnen houden in de..Lees meer
In de babygroep is maximaal plaats voor 9 kinderen die variëren in leeftijd tussen de 0 en ongeveer 1,5 jaar. Hier wordt het dagritme vooral door de baby’s zelf..Lees meer

Onze locatie’s

Gratis inschrijven

We hebben nog enkele plekken beschikbaar!

Schrijf uw kind binnen 5 minuten in.
Gratis inschrijven

Recent Nieuws

  • 20180814_121344

BSO naar dierenpark Blanckendael

Vandaag een heerlijk dagje diertjes kijken in blanckendael wat een fantastische dag was het. We […]

  • IMG_7817

BSo naar het natuurspeeleiland

Op woensdagmiddag zijn wij naar het natuurspeeleiland geweest en dat was echt geweldig! We mochten […]

  • 20180809_145117[9030]

BSO naar Bison Bowling

Na al die dagen mooi weer was het vandaag helaas wat minder mooi om naar […]